HET NIEUWE COLLEGEPROGRAMMA

Door het vorige college was al € 180.000, per jaar toegezegd, dit college doet er nog eens € 500.000, bij, verdeeld over vier jaar.
De nieuwe wethouder, Wicher Pattje, wil snel resultaten zien. Hij lijkt wel geschikt, iemand die openstaat voor discussie.
De gemeente gaat zich actief opstellen voor vrijwilligers. Het nieuwe college wil ook het Vensterschool-concept evalueren en vooral richten op achterstandswijken (overigens een stekende term).

COLLEGEPROGRAMMA GEMEENTE GRONINGEN 2002 - 2006

Inleiding

De coalitie die hierbij zijn programma presenteert is tamelijk breed samengesteld. Zo'n brede samenstelling brengt de dreiging met zich mee van een grijs beeld. Meerdere kleuren groen, blauw en rood tezamen, welke kleur levert dat eigenlijk op? Dat is zeker een voor de hand liggende vraag. Wij hopen met dit programma aan te kunnen tonen dat we niet kleurloos, maar kleurrijk zijn. En dat we daarin ook onze kracht vinden.

Met andere woorden: de verschillende kleuren die vertegenwoordigd zijn in deze coalitie zullen tot hun recht moeten komen. Dat impliceert de erkenning van de waarde van de inbreng van de afzonderlijke deelnemers. En dat impliceert een evenwicht tussen de verschillende dimensies die daarmee worden gerepresenteerd.

De politieke tegenstellingen zoals deze tijdens de laatste verkiezingscampagne zijn gebleken, zijn reëel, maar niet onoverbrugbaar. De ene partij legt een sterker accent bij de economische ontwikkeling en de bereikbaarheid van de stad, een andere legt de prioriteit bij het milieu. De ene partij zet sterk in op het bestrijden van overlast, een andere kiest primair voor zorg als invalshoek bij leefbaarheid. Niettemin zijn er in de gesprekken tussen de fracties bruggen geslagen waardoor we elkaar hebben kunnen bereiken op een paar centrale thema's.

Het eerste thema van gemeenschappelijk evenwicht is dat van de economische ontwikkeling. Groningen kent nog steeds een verhoudingsgewijs hoge werkloosheid, gevolg van de combinatie van een historisch gegroeide regionale achterstand en een klassieke grote stadsproblematiek. Het bestrijden van die achterstand en het aanpakken van die grote stadsproblemen is een gemeenschappelijk streven. De aanpak die we daarbij voorstaan is die van een evenwichtige, selectieve groei. Een groei die selectief is doordat hij is op te vangen binnen de ruimtelijke structuur van onze stad, zoals die inmiddels in regionaal verband op de kaart is gezet en tevens in de vijfde nota ruimtelijke ordening van de huidige regering is erkend. Een stedelijke ontwikkeling die past binnen een criteria voor duurzame ontwikkeling en een regionale netwerkfilosofie waarmee recht gedaan kan worden aan de belangen van een beheerste mobiliteit, behoud van landschappelijke en ecologische waarden, behoud ook van het typisch Groningse fenomeen van een compacte stad die zich tamelijk scherp aftekent tegen het omliggende stelsel van landschappen. De nieuwe coalitie wil dat de stad z?n rol vervult in de niet te miskennen concurrentie tussen regio?s, maar niet ten koste van de eigen identiteit. Door een verdere verbetering van de kwaliteit van ons woon- en leefmilieu zullen we ook de economische vestigingscondities kunnen verbeteren.

We willen geen kopie worden van de grotere steden in het midden en westen van ons land, maar de kwaliteit van relatieve rust en ruimte in combinatie met een bruisende cultuur voorop blijven stellen.

De implicatie daarvan is dat we de komende vier jaar veel meer zullen moeten doen op regionale schaal. Dat geldt in de eerste plaats de kwestie van de bereikbaarheid van de stad. De coalitie wil dit vraagstuk beheersbaar zien te maken door sterk in te zetten op een aanzienlijk beter openbaar vervoer, in combinatie met een doortastende en vasthoudende regionale ruimtelijke ordening binnen het nationaal stedelijk netwerk Groningen - Assen. Er zal een nieuw evenwicht moeten komen tussen individueel en collectief vervoer. De invoering van een nieuw stadsgewestelijk openbaar vervoerssysteem (trams, light rail) zal daarvoor moeten zorgen, in combinatie met transferia, verkeersmanagement en doorstromingsmaatregelen die de belasting van het leefmilieu kunnen beperken.

In het bewustzijn van onze historische regionale positie zien we ook een belangrijke opgave in de verdere vernieuwing van onze Binnenstad. Een nieuw evenwicht tussen commercie en cultuur is wat we hier zoeken.

Een tweede hoofdthema waarop wij elkaar hebben gevonden is dat van de kwaliteit van de openbare sfeer en van de publieke voorzieningen die er deel van uit maken. Met de gestegen welvaart van de afgelopen jaren, heeft de kwaliteit van de publieke sector geen gelijke tred gehouden. Gevolg is dat er tekorten zijn op het gebied van de zorg, de veiligheid, in het onderwijs en de cultuur. Ook de onderhoudsconditie van sportfaciliteiten en van straten, pleinen en openbaar groen laat te wensen over. Het nieuwe evenwicht dat we hier zoeken is dat tussen aandacht voor de kwaliteit van de basisvoorzieningen die de publieke sector hoort aan te bieden en de talloze andere private wensen die er daarnaast ook nog zijn. Het beeld van publieke armoede temidden van private rijkdom willen we voorkomen. Mede daarom willen we in deze periode ook besluiten nemen over een nieuwe cultuuraccommodatie aan de Grote Markt. Deze meest centrale plek van onze stad en regio kan daarmee voor iedereen aan belang winnen.

Het derde gemeenschappelijk hoofdthema is dat van de relatie tussen burgers en bestuur. Ook hier zoeken we een nieuw evenwicht. Een veel gehoorde klacht is dat we als politici veel beloven, maar dat we op een aantal tamelijk voor de hand liggende zaken te weinig gedaan krijgen. Ondanks ook eerder ondernomen pogingen te komen tot een meer transparante wijze van werken heerst nog steeds het beeld van een gesloten cultuur. De gemeente werkte aan een efficiënte dienstverlening, maar soms laat die nog te lang op zich wachten. Er is inmiddels een traditie van interactieve beleidsvorming, maar niet iedereen voelt zich bij beslissingen betrokken. Het is nodig hier een nieuw evenwicht te vinden. Bedoelingen moeten helder zijn en openbaar kritiseerbaar. Belangrijke onderwerpen moeten daardoor voldoende breed besproken kunnen worden. En na besluitvorming snel en effectief worden omgezet in actie. De urgentie die in de samenleving wordt gevoeld op een aantal terreinen, zal zodoende een krachtig vervolg moeten krijgen in ons handelen. Daarbij is er ook meer aandacht nodig voor de uitvoering van beleid. Besturen is niet alleen een kwestie van vooruit kijken, maar ook van achterom zien naar wat er allemaal terecht komt van goede bedoelingen.

Dat brengt ons tenslotte op het vierde en laatste gemeenschappelijk hoofdthema. Met ingang van deze raadsperiode is de verhouding tussen gemeenteraad en college van B&W te typeren met het begrip "dualisme". Ook in deze verhouding zal als gevolg van het dualisme een nieuw evenwicht moeten ontstaan. Het lijkt ons vooral van belang dat er ruimte ontstaat voor de lokale politiek om een ook voor burgers inzichtelijke, efficiënte en resultaatgerichte besluitvorming te organiseren.

De ruimte die we willen bieden om deze nieuwe structuur tot bloei te laten komen, impliceert dat het hierna volgende programma een programma op hoofdlijnen is. Duidelijk, maar niet dichtgetimmerd.

Met deze inzet willen we enthousiast aan de slag samen met bewoners, bedrijfsleven en andere maatschappelijke partners.

Programmatische punten

1. Burger en Bestuur

a. Er komt een gemeentebreed project, gericht op het verbeteren van de communicatie tussen het gemeentebestuur en de burgers van de stad. Dat project bestaat uit drie onderdelen.

b. In dat project wordt allereerst de verbetering van de schriftelijke en telefonische bereikbaarheid van het college van B&W en van de gemeentelijke organisatie ter hand genomen.

c. Ten tweede wordt de kwaliteit van de publieke dienstverlening van de gemeente verbeterd, door de dienstverlening in de eerste plaats te organiseren volgens vraagpatronen van burgers. Ook de dienstverlening via virtuele loketten wordt hierbij betrokken.

d. Een derde onderdeel van het project behelst het verbeteren van de communicatie met burgers over de gewenste beleidsontwikkeling en de uitvoering. Het is daarbij de bedoeling burgers in een vroeger stadium bij veranderingen te betrekken. Inspraak wordt op een zodanig tijdstip georganiseerd dat daardoor door betrokkenen een effectieve bijdrage geleverd kan worden aan verbetering van de plannen. Zo ontstaat als het ware een coproductie van burgers en bestuur binnen de kaders die door de Raad zijn gesteld. Waar mogelijk worden aan burgers en overigens ook aan de raad - bij beleidsvoorstellen alternatieven voorgelegd, waaruit kan worden gekozen.

e. Uitgangspunt bij de rapportage over de besluitvorming van het College van B&W is een zo groot mogelijke openbaarheid. De recente jurisprudentie inzake de WOB wordt daarbij als basis gehanteerd.

f. De gemeente gaat er toe over de kwaliteit van haar dienstverlening vast te leggen in handvesten. Die handvesten gelden voor de organisatie als de minimale kwaliteitsnorm. Burgers moeten er op kunnen rekenen dat de vastgelegde kwaliteit ten allen tijde minimaal wordt geboden.

2. Sturing

a. De Stadsvisie wordt in de eerste maanden van de nieuwe Collegeperiode bijgesteld aan de hand van recente ontwikkelingen en de beleidsaccenten van het nieuwe College.

b. De doelen van de Stadsvisie worden nader bepaald. De belangrijke politieke doelen van deze collegeperiode worden daarmee in hun onderlinge samenhang opnieuw geformuleerd.

c. Aan de doelen in de Stadsvisie worden een beperkt aantal projecten gekoppeld, die bijdragen aan het realiseren van het beoogde effect. Wethouders worden eerstverantwoordelijk voor de realisatie van één of meer doelen.

d. Twee keer per jaar ? bij de Voorjaarsnota en de Najaarsnota - legt het College verantwoording af over de bereikte effecten in het kader van de Stadsvisie en over de stand van zaken met betrekking tot de daarbij behorende projecten.

3. Financiën

a. Voor nieuw beleid is jaarlijks € 2,5 mln structureel beschikbaar en €; 4,0 mln incidenteel. Geld voor nieuw beleid wordt in beginsel alleen ingezet voor realisering van de doelen in de Stadsvisie.

b. De helft van het structurele bedrag voor nieuw beleid, zijnde € 1,25 mln is beschikbaar voor een ruimtelijk economisch investeringsprogramma, gericht op het realiseren van de ruimtelijk-economische doelen uit de Stadsvisie.

c. De andere € 1,25 voor structureel nieuw beleid is bedoeld voor het realiseren van alle andere Stadsvisiedoelen.

d. Incidentele meevallers worden in de loop van deze Collegeperiode voor 50% toegevoegd aan het genoemde investeringsprogramma, voor de overige 50% aan de andere beleidsdoelen.

e. Teneinde ook in 2006 nog een gedekt meerjarenbeeld te kunnen presenteren komen de partijen een financiële taakstelling overeen voor een bedrag van € 9,5 mln structureel, door verlaging van uitgaven, dan wel verhoging van inkomsten.

f. Van de totale bezuinigingsopgave zal €; 2,0 mln worden gedekt uit efficiencyvoordelen (bijvoorbeeld het stroomlijnen van de Centrale Inkoopfunctie).

g. De overige € 7,5 mln wordt gerealiseerd door taakafstoting. Daarvoor wordt in het eerste Collegejaar een faseringsplan vastgesteld.

h. Indien in de komende periode uit een nieuw bestuursakkoord tussen rijk en lagere overheden blijkt dat de uitgangspunten voor behoedzaamheid bij het ramen van de algemene uitkering uit het gemeentefonds ongewijzigd blijven, zal de helft van de behoedzaamheidsreserve structureel in het meerjarenbeeld worden ingeboekt. Er ontstaat in dat geval in het meerjarenbeeld een structurele ruimte van € 1,5 mln. Dan kan worden besloten om de bezuinigingstaakstelling te verlagen met € 1,5 mln, of om de extra ruimte van € 1,5 mln toe te voegen aan de ruimte voor nieuw beleid.

i. De totale woonlasten per woning (OZB, Afvalstoffenheffing en rioolbelasting) zullen in deze periode niet uitgaan boven het gemiddelde van de woonlasten van de Grote Steden. Op dit moment betekent dit, dat er nog een ruimte is voor stijging van de OZB van 6% boven aanpassing aan de inflatie. Deze stijging zal bij de begroting van 2003 worden geëffectueerd. Deze stijging kan worden gebruikt voor drie doelen:

§ Indien bij de invulling van de bezuiniging van €; 7,5 mln het voorzieningenniveau op een onverantwoorde manier wordt aangetast, kan worden besloten dat een deel van de bezuinigingstaakstelling wordt gefinancierd uit de verhoging van de OZB.

§ Een extra investering in het onderhoud van de openbare ruimte zal worden gefinancierd uit de verhoging van de OZB.

§ Indien Rijksfinanciering voor de investeringen in het Stadsgewestelijk Openbaar Vervoer (STOV) onvoldoende blijkt te zijn, zijn de partijen nog gedurende deze periode bereid in regionaal verband een extra stijging van het regiofonds voor het STOV in te zetten. Ook deze stijging kan worden gefinancierd uit de verhoging van de OZB.

j. Middelen die verkregen zijn door verhoging van de OZB, maar die nog niet tot structurele besteding hebben geleid, worden incidenteel aangewend voor verkeersmaatregelen.

k. Los van de bezuiniging € 2,0 mln in de sfeer van efficiencyverbetering vinden geen bezuinigingen plaats op de organisatie. Investeringen in de organisatie, behalve investeringen in ICT, worden gefinancierd uit voordelen die de organisatie, onder aansturing van het AMT, weet te behalen uit efficiencyverbeteringen o.a die als gevolg van ICT-toepassingen. Ter voorkoming van het bevoordelen van ?rijke? diensten geldt daarbij de stelregel dat efficiency-voordelen, behaald in een dienst, voor de helft ten goede moeten komen aan gemeentebrede investeringen in de organisatie.

l. Indien voor beleidsonderdelen buiten de doelen van de Stadsvisie middelen voor nieuw beleid nodig zijn, worden deze verkregen door aanvullende bezuinigingen (oud voor nieuw)

m. Hoge prioriteit krijgt het versterken van de controlfunctie op het terrein van Middelen en Juridische Zaken.

4. Personeel en organisatieontwikkeling

a. Jaarlijks wordt de personeelsformatie per dienst vastgesteld.

b. Het aantal formatieplaatsen van een dienst kan pas groeien als daarvoor expliciet toestemming van het College is verkregen en indien in de dekking van de personeelslast, inclusief de bijbehorende overhead, is voorzien.

c. De doelstellingen voor het terugdringen van het arbeidsverzuim worden aangescherpt.

d. Er komt een uitvoeringsplan voor het terugdringen voor het aantal niet-actieven binnen de gemeentelijke formatie.

e. De Concernvisie blijft richtsnoer bij de organisatieontwikkeling. Speciale aandacht wordt gegeven aan sturing van beleidsprogramma's over dienstgrenzen heen.

f. Er worden extra beleidsmaatregelen ingezet om het streefpercentage van 8% voor allochtone werknemers in gemeentelijke organisatie te realiseren.

g. De gemeente komt met een set van beleidsmaatregelen die passen in de aanbevelingen van de commissie Dagindeling.

5. Ruimtelijk-economisch beleid

A. Algemeen
a. Naast het genoemde bedrag van € 1,25 mln vanuit de middelen voor structureel nieuw beleid zijn voor het ruimtelijk-economisch programma ISV-middelen en incidentele middelen beschikbaar. Er wordt maximaal ingezet op de acquisitie van externe subsidies.

b. Het ruimtelijk-economisch programma richt zich primair op de ontwikkeling van stedelijke vernieuwingszones, conform de Stad van Straks Extra.

c. Bij gelegenheid van de voorjaarsnota worden de prioriteiten opnieuw gesteld voor het binnenstadsbeleid. In ieder geval maken daar deel van uit de projecten Grote Markt Noord- en Oostzijde, het stationsgebied (met name het voorplein) en het Damsterdiep. Tevens wordt een vastgoedorganisatie in het leven geroepen die zich richt op versterking van de variatie en kwaliteit van het binnenstedelijk winkelgebied.

B. Grote Markt, culturele functie en parkeren
d. Het Forum voor de Grote Markt heeft in zijn advies aangeven dat de politiek voor twee zaken een oplossingsrichting zal moeten bieden: de invulling van een cultuurfunctie aan de Grote Markt enerzijds en de kwestie van bereikbaarheid en parkeren anderzijds. In de hierna volgende punten wordt op beide onderdelen een duidelijk inzet geformuleerd. Deze inzet zal vervolgens aan de orde worden gesteld in het forum en voorwerp zijn van een brede maatschappelijke discussie. Daarna zal het college een definitief voorstel doen.

e. De inzet is er op gericht een nieuwe ontwikkeling aan zowel de Noord- als de Oostzijde van de Grote Markt mogelijk te maken, die een aanmerkelijke vergroting van de centrumfunctie en aantrekkelijkheid van dit gebied zal betekenen.

f. Bij de cultuurfunctie wordt ingezet op de bouw van een nieuw cultuurcentrum aan de Oostzijde van de Grote Markt. Dit cultuurcentrum richt zich primair op de muziekfuncties, maar ook kan worden benut voor andere culturele en sociale activiteiten, zoals debatcentrum, expositieruimte, etc. Er wordt gestreefd naar een optimale relatie met de muziekschool, het filmcentrum in de Poelestraat en andere in de omgeving aanwezige functies. Voor de invulling van het cultuurprogramma wordt verwezen naar paragraaf 13: Cultuur.

g. Na realisatie van het nieuwe cultuurcentrum aan de Grote Markt zal het huidige cultuurcentrum De Oosterpoort worden gesloopt. Op de plaats van De Oosterpoort zal vervolgens woningbouw worden gerealiseerd. Voor dit investeringsprogramma wordt zwaar ingezet op externe subsidies. Het is de verwachting dat het project daarvoor goede kansen maakt, mede gelet op de forse uitstraling die dit project zal hebben op het gehele stadscentrum en op de Noord- en Oostwand van de Grote Markt in het bijzonder.

h. Om de kwaliteitsimpuls voor het stadscentrum die met dit project wordt beoogd te kunnen realiseren, is het nodig de huidige parkeergarage Popkenstraat (Naberpassage) te vervangen door een nieuwe ondergrondse parkeergarage over 2 à 3 lagen. Deze garage wordt gesitueerd onder het nieuwe cultuurcentrum. Uitgegaan wordt van het huidige aantal bezoekersparkeerplaatsen. Daarnaast zal ruimte worden geboden aan enige tientallen plaatsen voor belanghebbenden parkeren zodat een rendabele exploitatie mogelijk wordt.

i. Zodra de nieuwe garage Popkenstraat in gebruik is genomen, wordt de huidige parkeergarage Haddingestraat omgezet in een garage voor bewoners van de binnenstad. Vanwege de beperking van parkeerplaatsen langs de diepenring en vanwege de toegenomen vraag naar bewonersparkeren is dit een gewenste ontwikkeling. Bovendien wordt de verkeersdruk in de Haddingestraat hierdoor drastisch verminderd.

j. Het Damsterdiep zal in ontwikkeling worden genomen. Teneinde de Binnenstad autoluw te houden en het bovengronds parkeren zo veel mogelijk te beperken wordt in de ontwikkeling van het Damsterdiep een parkeergarage opgenomen. Een opschoning van de parkeerplaatsen langs de noordelijke en oostelijke diepenring zal pas worden uitgevoerd nadat de parkeergarage onder het Damsterdiep zal zijn gerealiseerd. Eveneens in relatie met de openstelling van de Damsterdiep-garage, wordt de parkeergarage onder het Holland Casino omgezet in een doelgroepengarage. Als gevolg van de Parkeergarage onder het Damsterdiep zal de verkeerssituatie in binnenstad Zuidoost opnieuw worden beoordeeld. Daarbij wordt gestreefd naar het autoluw maken van delen van het betreffende gebied. We streven ernaar om de Steentilstraat aan het autoluwe gebied toe te voegen. In samenspraak met ondernemers en andere betrokkenen zal in 2003 een voorstel aan de Raad worden voorgelegd.

k. Omdat er aan de Zuidrand van de Binnenstad behoefte zal blijven aan parkeercapaciteit wordt het noodzakelijk geacht dat de reeds voorziene parkeergarage in het stationsgebied versneld wordt gerealiseerd (2006 / 2007). Deze voorziening zal deel kunnen uitmaken van een project Stationsgebied. Naar verwachting zal dit project in aanmerking kunnen komen voor forse externe subsidies.

C. Stationsgebied, Anthonius Deusinglaan en Euroborg
l. Bij de verdere ontwikkeling van het stationsgebied is het daarvoor opgestelde masterplan van bureau Christiaanse leidend.

m. Er wordt uitvoering gegeven aan het akkoord met de RUG en het AZG inzake het masterplan Anthonius Deusinglaan e.o.

n. Het project Euroborg wordt inclusief de er aan ten grondslag liggende stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitsambities gerealiseerd als deel van het Europapark

D. Wijkvernieuwing, woonruimteverdeling en Meerstad
o. De wijkvernieuwing wordt geactualiseerd. Dit gebeurt in overeenstemming met de woningbouwcorporaties en op basis van het nader onderzoek dat momenteel wordt gehouden (Rigo/ABF). Op voorhand is duidelijk dat een beperking van het aantal te slopen woningen hiervan het resultaat zal zijn.

Per wijkvernieuwingsgebied wordt samen met de corporaties zorgvuldig afgewogen of de herpositionering van de woningvoorraad plaats zal vinden door sloop of door samenvoeging/renovatie op hoog niveau.

Corporaties worden gestimuleerd de nieuwbouw op braakliggende locaties voortvarend ter hand te nemen.

Het college draagt zorg voor een actieve informatievoorziening aan de raad over de voortgang en planning van de wijkvernieuwing, ook inzake de laag- en middenniveauprojecten.

p. Nog dit jaar wordt een nieuw stelsel van afspraken met de woningbouwcorporaties voorgelegd (Lokaal Akkoord). Onder meer wordt hierin aangegeven hoe de woonruimteverdeling kan worden verbeterd, hoe wordt omgegaan met speciale doelgroepen, welke omvang van de sociale voorraad wenselijk is en welke sociale nieuwbouw in de bouwplanning wordt opgenomen.

Mede door een nieuwbouwproductie van tenminste 1100 woningen per jaar zal de huidige schaarste op de woningmarkt terug worden gedrongen. Het streven is de wachtlijst weer op het niveau van 1999 te krijgen.

Een projectgroep van gemeente en woningbouwcorporaties maakt een uitvoeringsplan voor de huisvesting van studenten en kwetsbare groepen op de woningmarkt. De daadwerkelijke uitvoering van het plan begint in september 2002.

q. Op basis van de door de Raad aanvaarde intentieovereenkomst wordt een masterplan voor Meerstad nog deze zomer voorgelegd. Zorg wordt gedragen voor een goede samenspraak met de in het gebied actieve bewonersorganisaties, de ontwerpende disciplines, belangenorganisaties en de marktsector, zodat een optimaal ingepast en marktconform plan kan ontstaan. Met de uitvoering daarvan wordt zo spoedig mogelijk begonnen. Het masterplan Meerstad is bepalend voor de beantwoording van vragen over dichtheden, infrastructuur, omgevingskwaliteiten, woningtypes en functies. Uiteraard wordt daarbij gestreefd naar een zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik. Verder wordt ingezet op de spoedige aanleg van een tramverbinding naar het nieuwe woon- en recreatiegebied. De voorkeur gaat uit naar een concentratie van woningbouw aan en rond de westkant van de aan te leggen waterstructuur. Een openbaar vervoerverbinding is beschikbaar vanaf het opleveren van de eerste woningen.

6. Economisch beleid

a. Het economisch ontwikkelingsbeleid krijgt vorm via het ruimtelijk-economisch investeringsprogramma omdat dit de voorwaarden helpt scheppen voor een verdere economische groei. Daarnaast zijn er beperkte middelen voor meer specifiek economisch stimuleringsbeleid, steeds in coördinatie met externe subsidies. Het accent ligt daarbij op verdere stimulering van de ICT-sector, de biotechnologie en de toeristische sector.

b. Economische ontwikkeling zal voorts in het bijzonder vorm krijgen door intensievere samenwerking in de regio Groningen-Assen.

c. Het Economisch Businessplan zal ook deze periode ? voor dezelfde bedragen als in de vorige periode - op incidentele basis worden gefinancierd. Dat geldt ook voor de extra personeelsformatie die in de vorige periode voor tijdelijke projecten in de economische sfeer was vrij gemaakt.

d. Het arbeidsmarktbeleid blijft ook in de komende periode het economisch beleid verbinden met het sociaal beleid. Scholing en vorming van werkzoekenden zal in hoge mate worden bepaald door de vraag op de arbeidsmarkt.

e. Bij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen wordt gestreefd naar optimalisering van het ruimtegebruik, door uit te gaan van hogere netto dichtheden. De eisen met betrekking tot duurzaamheid en energiebesparing zullen waar mogelijk worden aangescherpt. Bij de ontwikkeling van bedrijfsterreinen wordt er nadrukkelijk naar gestreefd om - zowel de ontsluiting voor auto ? als die voor het Openbaar Vervoer en de fiets tijdig op peil te hebben. Tevens zal het vervoersmanagement bij de plannen worden betrokken. Eenzelfde inzet geldt bij het realiseren van kantoorlocaties.

f. De duurzame revitalisering van bedrijventerreinen wordt voortgezet.

g. Groningen streeft ernaar de stad op breedband te ontsluiten. Dit gebeurt in samenwerking met andere regionale overheden. De financiering van deze hoogwaardige ICT-ontsluiting wordt ondergebracht in de exploitatie van nieuwe kantoor- bedrijfs- en woningbouwlocaties.

7. Bereikbaarheid van Stad en regio

a. De komende collegeperiode wordt samen met de regio Groningen-Assen begonnen met de implementatie van een aanzienlijk beter openbaar vervoerssysteem, het STOV. Een rijksbijdrage is daarvoor onontbeerlijk.

b. Het beleid van de gemeente Groningen zal er op gericht zijn om de nieuwe concessie voor het openbaar vervoer af te geven samen met de provincies Groningen en Drenthe. Bij de het afgeven van de nieuwe concessie zal de inzet gericht zijn op een totale kwaliteitsverbetering van het openbaar vervoer.

c. Er wordt een aanvullend programma gemaakt voor verkeersmaatregelen binnen de gemeente. In dat programma zullen de grootste knelpunten op het gebied van doorstroming en veiligheid voorrang krijgen. Dit programma wordt gefinancierd uit de incidentele middelen, zoals genoemd in paragraaf 3, onder j., plus een structureel bedrag van €; 600.000. In dit programma zullen de middelen zodanig worden aangewend, dat in deze collegeperiode voor fietsvoorzieningen tenminste een bedrag van € 5,5 mln kan worden geïnvesteerd. Daar bovenop zal uit ISV-middelen een aanvullend incidenteel bedrag van € 0,5 mln voor fietsvoorzieningen worden vrijgemaakt. Medewerking wordt verleend aan de diverse rijks- en provinciale investeringsprogramma?s voor dit doel.

d. De door de raad aanvaarde nota fietsbeleid wordt uitgevoerd. Er wordt opnieuw gekeken of versnelling van de uitvoering mogelijk is.

e. De gemeente is bereid mee te financieren in de kosten voor de Zuiderzeelijn. Daartoe kunnen Essent-aandelen worden overgedragen aan het rijk.

8. Milieu

a. Teneinde als stad bij te dragen aan de doelstellingen van het verdrag van Kyoto wordt samen met de woningbouwcorporaties, Essent en het Waterbedrijf een campagne gestart, gericht op het besparen van energie en water in met name de bestaande woningvoorraad.

b. Het gemeentelijk milieubeleid krijgt door het 4e Nationaal Milieubeleidsplan een belangrijkere rol. De gemeente zal daar actief op inspelen en inzetten op verdere vermindering van milieubelastende uitstoot op het gebied van lucht, water en geluid. Bij onderhoudsprogramma?s van gemeentelijke gebouwen, met name scholen en kantoren, zullen bij voorrang energiebesparende en uitstootverminderende maatregelen worden genomen.

c. De gemeente streeft er naar een kritisch afvalbewustzijn bij haar burgers te bevorderen. Mede met het oog daarop worden de ontwikkeling in het land met betrekking tot betaalbare en uitvoerbare mogelijkheden van differentiatie van tarieven van afvalverwijdering kritisch gevolgd. Nadat in deze collegeperiode de ondergrondse inzameling van huishoudelijk afval zal zijn voltooid, wordt een pilot gestart met gedifferentieerde tarieven (diftar). Als blijkt dat de pilot een positieve beoordeling krijgt op de technische aspecten, de gebruiksvriendelijkheid, de publieke acceptatie en de kosten, wordt diftar in de gehele gemeente ingevoerd.

d. Het Stadspark wordt teruggebracht in de oude glorie, zodat het weer kan gaan functioneren als het belangrijkste park van de stad. Nog in 2002 wordt een integraal plan voor het park en de omgeving gepresenteerd.

e. De gemeente werkt mee aan het streven van milieuorganisaties en waterschappen om de natte gebieden van Noord-Drenthe door middel van een brede ecologisch natte zone te verbinden met het Lauwersmeer.

f. Vooruitlopend op het Rijksbeleid zal de gemeente Nationale Pakketten voor duurzaam bouwen als uitgangspunt nemen voor renovatie, bouw en stedenbouw. Dit uitgangspunt zal, samen met veiligheids- en toegankelijkheidscriteria, worden geïntegreerd in een "Gronings Woonkeur", dat samen met de corporaties en ontwikkelaars overeengekomen zal moeten worden.

g. Knelpunten in Stedelijke Ecologische Structuur worden aangepakt.

h. Het bureau Stadsecologie wordt uitgebreid. Het wordt tevens het meldpunt waar burgers ontwikkelingen kunnen melden, die een bedreiging kunnen vormen voor de stadsecologie.

9. Sociale structuur

a. Middelen voor nieuw beleid in het Sociaal Structuurplan worden bij voorrang ingezet op de volgende drie kerndoelen van het plan:

  • Het versterken van de sociale structuur in met name die wijken waarin die structuur zwak is (in de praktijk zijn dat de wijkvernieuwingsgebieden, de Korreweg-Indische buurt, De Hoogte en Beijum) door een gestructureerde inzet van sociale activering, toeleidingstrajecten naar werk, inzet van jeugd- en jongerenteams in samenwerking met politie en justitie, samenlevingsopbouw en ondersteuning van bewonersorganisaties.
  • Het scheppen van randvoorwaarden voor een betere ontplooiing van jongeren in de stad, door een integrale aanpak van onderwijs- en welzijnsvoorzieningen in die wijken, waarin sprake is van jongerenproblematiek (Noorddijk, Noord-West, De Wijert, evt. Hoogkerk)
  • Een gecoördineerde stedelijke inzet gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven en de mogelijkheden tot participatie van kwetsbare groepen in de stad door het bieden van zorg en opvang.

b. Het project  "Heel de Buurt" zal worden voortgezet en uitgebreid naar andere delen van de stad.

c. In deze periode zal uit de vrije beleidsruimte een structureel bedrag van maximaal €500.000 worden vrijgemaakt voor het oplossen van knelpunten in de beheersfunctie in het buurt- en clubhuiswerk.

d. De gemeente ondersteunt actief wervingscampagnes voor vrijwilligerswerk. Er wordt onderzocht hoe de gemeente vrijwilligerswerk verder effectief kan ondersteunen.

e. Het minderhedenbeleid wordt versterkt en uitgebreid. In het minderhedenbeleid wordt expliciet aansluiting gezocht bij het beleid gericht op sociale activering, de volwasseneneducatie en de toeleidingstrajecten naar werk. Zoveel mogelijk wordt daarbij rekening gehouden met cultuurspecifieke omstandigheden die participatie kunnen bevorderen. Waar mogelijk wordt - analoog aan het Antillianen-project Ganashi  - de betreffende etnische minderheidsgroep actief bij de uitvoering van het beleid betrokken.

f. Het inburgeringsbeleid wordt verder geprofessionaliseerd. Het Bureau Nieuwkomers Groningen (BNG) krijgt - conform de aanbevelingen van de landelijke taskforce - vooral een regisserende taak. Registratiesystemen van het BNG en de uitvoerende instellingen worden op elkaar afgestemd, zodat een daadwerkelijke voortgangscontrole kan plaatsvinden. Er worden extra middelen beschikbaar gesteld teneinde die nieuwkomers, die na de wettelijke duur nog onvoldoende goed Nederlands spreken, een verlengde inburgering te kunnen geven.

g. Migranten die hier al jaren wonen, maar die nooit een inburgeringstraject hebben doorlopen, krijgen alsnog de gelegenheid daartoe. Ook dit zgn. "oudkomersproject" kan worden gefinancierd met rijksmiddelen, maar zal vanuit de gemeente worden geregisseerd.

h. Groningen blijft een stad die graag bereid is huisvesting te bieden aan asielzoekers. Het is een taak voor de (rijks)overheid om die asielzoekers die geen status krijgen voor te bereiden op hun terugkeer. De gemeente acht het uit humanitaire overwegingen mede haar taak om de -ook voor de stedelijke samenleving -ongewenste gevolgen van illegaliteit te helpen beperken.

10. Veiligheid

a. Naast en in aansluiting op de verdere beleidsontwikkeling van de bestaande thema?s in het integraal veiligheidsbeleid wordt de buurtgerichte aanpak van de veiligheid versterkt. Buurt- en jeugdagenten krijgen in de wijkgerichte aanpak een zichtbare rol. Overlastproblematiek in buurten vergt daarnaast uitbreiding van voorzieningen voor hanggroepen. De mogelijkheid van een juniorenproject bij de politie wordt onderzocht. (Voorlichting over) preventie van woninginbraken wordt bij voorrang aangepakt in buurten met hoge inbraakcijfers. Het invoeren van een politiekeurmerk "veilig wonen" is daarbij één van de instrumenten.

b. Drugsoverlastaanpak wordt voortgezet door intensivering van (verplichtende) begeleiding en dagbesteding. Indien uit onderzoek blijkt dat extra gebruiksruimtes bijdragen aan het terugdringen van de overlast door straatgebruikers, wordt het aantal gebruiksruimtes uitgebreid.

c. Cameratoezicht wordt geëvalueerd en bij gebleken effectiviteit uitgebreid. Het huidige coffeeshopbeleid wordt voortgezet. In overleg met de fietsenbranche worden nadere maatregelen om fietsendiefstal tegen te gaan ontwikkeld.

d. Handhaving van regels in vergunningen en verordeningen krijgt extra aandacht. Er komt een integraal handhavingsprogramma, dat wordt uitgevoerd met de extra capaciteit die reeds in de vorige collegeperiode is gefinancierd.

11. Onderwijs

a. Er komt een onderwijshuisvestingsplan voor het basisonderwijs, waarin alle achterstanden met betrekking tot onderwijs accommodaties worden weggewerkt.

b. Leerlingen moeten veilig naar school kunnen gaan. Met het oog daarop wordt de verkeerssituatie rond scholen verbeterd.

c. Budgetten voor schoonmaak en klein onderhoud van scholen worden aangepast aan de geldende tarieven en worden ter beschikking van de directies gesteld.

d. Directies van openbare basisscholen worden verantwoordelijk voor het terugdringen van het arbeidsverzuim met 1 procentpunt per jaar. Ze worden daarbij ondersteund door de werkmaatschappij openbaar onderwijs.

e. Om te voorkomen dat leerlingen wegens het ontbreken van een invalkracht bij ziekte van hun eigen leerkracht naar huis moeten worden gestuurd, komt er een significante uitbreiding van de pool voor invalkrachten. Er wordt onderzocht of de arbeidsvoorwaarden van invalkrachten moeten worden verbeterd, om de functie aantrekkelijker te maken.

f. Het Vensterschoolconcept wordt geëvalueerd. Nieuwe Vensterscholen worden ? met de eventuele aanpassingen die volgen uit de evaluatie ? bij voorrang geplaatst in wijken waar de sociale structuur versterking behoeft.

g. De cultuureducatie in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs wordt geïntensiveerd.

h. Er komt een gemeentelijke onderwijsvisie op het voorgezet onderwijs. Op basis van die visie wordt de huisvesting van het voortgezet onderwijs aangepast. Met name het Vmbo en het speciaal onderwijs hebben daarbij prioriteit.

i. De relatie tussen het speciaal en het regulier onderwijs wordt geëvalueerd. Op basis van die evaluatie wordt bezien of en in hoeverre het beleid met betrekking tot het speciaal onderwijs moet worden herzien.

j. Scholen krijgen een grotere vrijheid in het besteden van middelen die nodig zijn om adequaat te kunnen functioneren. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en schooldirecties wordt vereenvoudigd en wordt eenduidig vastgelegd. Overhead vanuit de gemeentelijke organisatie wordt waar mogelijk beperkt.

k. Samen met ouders wordt bezien in welke mate en op welke wijze de rol van ouders in het openbaar schoolbestuur kan worden vorm gegeven.

12. Sociaal Beleid

a. Het beleid met betrekking tot werkloosheid, armoedebestrijding en reïntegratie wordt voortgezet langs de lijnen van o.a. Groningen op de Ladder.

b. De vaste deel van de afvalstoffenheffing wordt kwijtgescholden aan dezelfde huishoudens die ook voor kwijtschelding van de OZB in aanmerking komt. De huishoudens met een inkomen tussen de 100% en 115% van het bijstandsniveau krijgen de helft van het vaste deel kwijtgescholden.

c. Indien er een landelijke eindejaarsuitkering komt voor minima, worden de gemeentelijke eindejaarsuitkering en de categorale "zeshonderd gulden maatregel" afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een ruimere maatwerkregeling in de bijzondere bijstand voor langdurige minima.

Indien er sprake is van inkomensachteruitgang als gevolg van een nieuwe rijksregeling voor langdurige minima, zal - indien dat wettelijk is toegestaan - in een overgangsregeling worden getracht de effecten daarvan te verzachten.

d. Binnen de thans in het Doe Mee(r)-programma beschikbare middelen voor inkomensondersteuning, wordt de instelling van een woonlastenfonds overwogen.

e. Er komt een projectgroep armoedebestrijding, die tot taak krijgt voorstellen voor te leggen voor een effectieve bestrijding van de armoede door het samenstellen van een samenhangend pakket van maatregelen op alle daarvoor relevante beleidsterreinen.

f. De mogelijkheden ter verruiming van het premiebeleid worden onderzocht in samenhang met andere uitstroombevorderende en inkomensondersteunende maatregelen. Bijzondere aandacht krijgt daarbij het voorkomen van inkomensachteruitgang in die gevallen waarin na twee jaar nog geen volledige uitstroom naar werk heeft plaats gevonden.

13. Cultuur

a. Er komt een nieuw cultuurcentrum aan de Grote Markt. Dit nieuwe cultuurcentrum past in een gemeentelijk accommodatiebeleid dat optimaal inspeelt op de beschikbare capaciteit bij Stadsschouwburg en Martiniplaza. In het cultuurcentrum zal daarom niet een grote theaterzaal worden opgenomen, maar wel een grote concertzaal met een capaciteit van 800 à 1000 plaatsen, met een uitstekende akoestiek voor klassieke muziek, maar ook geschikt voor popconcerten. Voorts zal er ruimte worden geboden aan een kleinere muziekzaal en een multifunctionele vlakke vloervoorziening.

b. De Stadsschouwburg wordt gerenoveerd en bij de eisen van de tijd gebracht. In De Oosterpoort worden alleen nog de hoogst noodzakelijke investeringen gedaan, die nodig zijn om de bedrijfsvoering niet te laten stagneren en om aan inspectie- veiligheids- en arbo-eisen te kunnen voldoen.

c. Het cultuurbeleid van de gemeente steunt voorts in deze Collegeperiode op twee pijlers: het versterken van de bestaande culturele infrastructuur en het laten excelleren van jonge kunstenaars.

d. Het beleid gericht op het begeleiden en ontwikkelen van jong allochtoon kunstzinnig talent (het project culturele diversiteit) wordt voortgezet en uitgebreid.

e. Festivals blijven, mede vanwege hun laagdrempeligheid en de mogelijkheden voor het presenteren van Noordelijk talent - belangrijke elementen in het gemeentelijk cultuurbeleid. De twee belangrijkste festivals - Noorderzon in de zomer en Noorderslag/Eurosonic in de winter - zullen qua financiële mogelijkheden worden uitgebreid.

f. De gemeente ondersteunt Noorderlicht in de huisvesting en in de permanente presentatiemogelijkheden in de stad.

14. Sport

a. Naar analogie met de onderwijsaccommodaties, komt er ook een verbeterplan voor sportaccommodaties in de stad. De staat van onderhoud van sportvelden, sporthallen en gymzalen zal in goed overleg met de gebruikers worden verbeterd.

b. De gemeente ondersteunt actief de topsportactiviteiten in de stad.

c. Het beleid met betrekking tot breedtesport wordt voortgezet. Mede in het kader van de beleidsuitgangspunten van de nota " Gezonder zorgen" wordt sportdeelname onder kwetsbare groepen extra gestimuleerd.

15. Internationale bewustwording

a. Een stad als Groningen onderhoudt om talloze redenen internationale betrekkingen. Het gemeentebestuur gaat de komende jaren onverminderd door de belangen van de Groningse samenleving ook in internationale contacten te bevorderen.

b. Een centrale rol in onze internationale betrekkingen blijft weggelegd voor ontwikkelingssamenwerking en "mondiale bewustwording". Het beleid inzake de Lokale Agenda 21 vormt daarvan een belangrijk onderdeel. In dit beleid ondersteunt het gemeentebestuur initiatieven van stedelijke organisaties.

c. Het budget voor de internationale betrekkingen blijft gereserveerd voor de onder b. genoemde doelen. De werkwijze wordt de komende jaren meer projectmatig. De gemeente gaat door met projecten als Jabalya.