Op weg naar het bruisende hart van de wijk

September 2003

VAN ACCOMMODATIE TOT CENTRUM(OPHALEN zip) 


INHOUDSOPGAVE

WOORD VOORAF

Hoofdstuk I VISIE OP DE MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIE VAN ACCOMMODATIES

Hoofdstuk II HET BESTUREN EN BEHEREN VAN EEN ACCOMMODATIE
A. Inzet van vrijwilligers
B. Inzet van gesubsidieerde arbeid
C. Inzet van beroepskrachten
D. De subsidiëring

Hoofdstuk III AANBEVELINGEN
A. De gemeente en de accommodaties
B. De gemeente
C. De accommodaties

WOORD VOORAF

In de opvatting van het BBOG is Sociaal Cultureel Werk (SCW) te vergelijken met een Nutsfunctie: in onze stad hebben mensen recht op deelname aan sociaal culturele activiteiten. Deze activiteiten moeten dus in principe algemeen toegankelijk zijn. De accommodaties hebben daarin vooral een laagdrempelige ontmoeting- en recreatie functie.
Daarnaast is het BBOG van mening dat SCW vanuit een preventieve invalshoek behoort bij te dragen aan de leefbaarheid. Problemen voorkomen is beter dan genezen.
Doordat er onvoldoende aandacht is geweest voor het uitvoeringstraject van met name Partners in Welzijn is de basisfunctie van het SCW onderbelicht geraakt. In de loop der tijd zijn de taken van accommodatiebesturen verzwaard doordat zij geen beroep meer konden doen op professionele ondersteuning. De accommodaties zien zichzelf niet alleen als exploitant maar willen ook zelf vanuit inhoudelijke uitgangspunten activiteiten plannen en uitvoeren. Daarnaast is er een grotere afstand ontstaan tussen professionele werkers en de wijk/accommodaties. Ook is er volgens de accommodatiebesturen veel te weinig aandacht voor beheersmatige ondersteuning.
Onder invloed van de bezuinigingsgolf dreigt het College het SCW verder te versmallen. Het BBOG voorspelt dat daarmee de problemen op langere termijn alleen nog maar groter worden. Denk hierbij aan de toenemende vergrijzing, de problemen met jeugd en jongeren en de integratievraagstukken.
In de onderliggende notitie wil het BBOG inzicht verschaffen in de maatschappelijke functie van accommodaties en de organisatorische kenmerken. Tot slot zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd. Hier en daar zijn de aanbevelingen van de notitie Van Loopplank tot Brug nader uitgewerkt en toegespitst.
Beide notities gaan uit van een giraffeview. De giraffe staat in het centrum van de sociaal culturele wijk met zijn poten in de tuin van het buurt- wijkcentrum. In Van Loopplank tot Brug overziet hij de wijk en in Van Accommodatie tot Centrum kijkt hij omlaag en aanschouwt het buurt- wijkcentrum. In beide notities valt op dat hij alle benen op de grond heeft en niet zweeft zoals bij de helikopterview.

Onze speciale dank gaat uit naar Wilko Eskes, directeur van ’t Vinkhuys, voor zijn bijdrage aan deze notitie.

Namens het Buurtcentra Besturen Overleg Groningen,

Coen van der Heijde,
voorzitter

Derk Jaap Bessem,
secretaris

September 2003

I. VISIE OP DE MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIE VAN ACCOMMODATIES

Inleiding

Accommodaties worden in het algemeen vaak genoemd als partij die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de sociale infrastructuur en de sociale cohesie. Sociale cohesie heeft te maken met initiatieven van burgers, het weefsel van de samenleving, de samenhang in de samenleving, en de sociale orde.

Sociale cohesie heeft te maken met de aanwezigheid van stabiele, duurzame en hechte relaties tussen mensen.

De maatschappelijke functie van welzijnsaccommodaties kan in het licht van sociale cohesie als volgt worden gezien:

• Accommodaties bieden mogelijkheden voor het huisvesten van vrijwilligerskaders en maatschappelijke instellingen die zich inzetten voor de wijk.
• Zij spelen een rol in het vergroten van de maatschappelijke participatie waardoor risico’s van sociale uitsluiting kunnen worden voorkomen of worden doorbroken.
• Ook de activerende functie van accommodaties kan in het licht van de sociale cohesie worden genoemd. Ze kunnen als intermediair fungeren voor het leggen van onderlinge contacten tussen individuen die in een sociaal isolement verkeren en met instanties die hier aandacht aan besteden.
• Ze zijn bij uitstek in staat om zowel richting gemeente als wijk problemen en behoeftes te signaleren, acties te initiëren, te informeren en te stimuleren. Dit betekent dat welzijnsaccommodaties een belangrijk instrument zijn om sociale cohesie vorm te geven.

Met betrekking tot de wijze waarop accommodatie bijdragen aan sociale cohesie is het BBOG van mening dat:

• Een prestatie-indicator voor het beoordelen van de bijdrage aan sociale cohesie is de mate waarin de accommodaties daadwerkelijk door de beoogde doelgroepen worden benut.
• Bij het vormgeven van sociale cohesie onderlinge samenwerking van actoren en het actief betrekken van bewoners van belang is.
• Het voorzieningenniveau, waaronder de aanwezigheid van een sociaal-culturele accommodatie, kan worden beschouwd als een indicator van de leefbaarheid van een buurt.

Overigens wordt in beleidsvoornemens van de gemeente Groningen in de afgelopen jaren, ’een versterking van de infrastructuur’ bepleit.

2. HET BESTUREN EN BEHEREN VAN EEN ACCOMMODATIE

A: Inzet en waarde van vrijwilligers:

Accommodaties zijn voor de uitvoering van hun functie afhankelijk van de inzet van vrijwilligers op bestuurlijk en uitvoerend niveau. Honderden vrijwilligers verrichten vaak op zeer deskundige wijze werk dat anders niet gedaan zou kunnen worden. Vrijwilligers vervullen nuttige taken en geven impulsen voor vernieuwing.

De meeste besturen beschouwen het ontwikkelen van beleid tot hun hoofdtaak en nemen een zekere afstand tot de uitvoering. Ook hebben besturen vaak een werkgeversrol en sturen ze de beroepskracht(en) aan. De taken van bestuurders zijn onder meer:
• het financieel beheer zoals het opstellen van de begroting en de tussenrapportages,
• administratieve taken,
• het opstellen van activiteitenplannen
• deelname in allerlei overlegstructuren

Dit houdt in dat besturen voldoende toegerust moeten zijn voor hun taken en dat er duidelijkheid is over wederzijdse verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden.
De verantwoordelijkheden van besturen van accommodaties impliceert een grote mate van zelfstandig handelen. Een overheid die aanstuurt hoofdlijnen, maar faciliteert en ondersteunt op uitvoerend niveau lijkt wenselijk.

In de uitvoering zijn per accommodatie vaak tientallen vrijwilligers actief.
Ze verrichten ondermeer de volgende werkzaamheden:
• het organiseren en begeleiden van activiteiten
• het draaien bardiensten
• het bieden van beheersmatige ondersteuning

Het BBOG constateert dat de gemeente onvoldoende investeert in instrumenten voor deskundigheidsbevordering en scholing van vrijwilligers.

B: De inzet van gesubsidieerde arbeid

In Van Loopplank tot Brug hebben we gezien dat de inzet van gesubsidieerde arbeid in de welzijnsaccommodaties is niet meer weg te denken. Veel beheerders van buurtcentra krijgen ondersteuning van assistent-beheerders die hun werkzaamheden verrichten via de Instroom/Doorstroomregeling (I/D-banen). De komst van I/D-ers bood de mogelijkheid de dure H3-beheerfunctie te differentiëren. Doordat de accommodatiemanager verdween, werd de beheerder meer en meer belast met de taken op het gebied van accommodatiemanagement. De I/D-ers vullen de ontstane gaten op. Dat zijn er tegenwoordig nogal wat. Naast schoonmaakwerkzaamheden en onderhoudsklussen, bepalen de I/D-ers mee het gezicht van het centrum. Met de inzet van I/D-ers is er dus sprake van een belangrijk bedrijfsbelang voor de buurtcentra.
Het gaat hierbij vaak om mensen die onvoldoende zijn toegerust om deel te kunnen nemen aan het reguliere arbeidsproces. Door het opdoen van praktijkervaring, een intensieve begeleiding en scholing worden hun kansen vergroot. Dit heeft een relatief grote uitstroom tot gevolg.
Deze werknemers worden via de stichting Weerwerk, de organisatie voor gesubsidieerde arbeid, ingezet in de accommodaties. Ze verzorgen uitvoerende taken op het gebied van beheer en schoonmaak, maar ook worden ze ingezet in activiteitenontwikkeling en – ondersteuning.

Het BBOG stelt vast dat de inzet van gesubsidieerde arbeid stelt eisen aan de wijze van begeleiding en ondersteuning en kan gevolgen hebben voor het waarborgen van een bepaald gewenst of afgesproken kwaliteitsniveau van de dienstverlening. Veronderstelt mag worden dat deze specifieke omstandigheden en de gevolgen hiervan voor de bedrijfsvoering, in de subsidierelatie met de gemeente een belangrijke thema is. Daarnaast is het waarborgen van deze banen voor het welzijnswerk van zeer groot belang. In feite komt het erop neer dat accommodaties zonder de inzet van ID-ers hun maatschappelijke functie niet kunnen uitoefenen.

C: De inzet van beroepskrachten

In het merendeel van de accommodaties zijn beroepskrachten gedetacheerd via de stedelijke welzijnsinstelling (WING). Een groot deel van de gesubsidieerde arbeid wordt vanuit de stichting Weerwerk doorgedetacheerd naar de accommodaties.
In de meeste accommodaties zijn één of meerdere beroepskrachten aanwezig. Deze beroepskrachten hebben meestal taken in het beheer en/of de schoonmaak. Een tweetal grote centra beschikt over een accommodatiemanager, een functie die niet door de gemeente wordt gefinancierd.
Over de precieze inzet van de vrijwilligers en de beroepskrachten zijn geen gegevens bekend, dit verschilt sterk per accommodatie. Het BBOG acht het van groot belang afspraken te maken over de inzet en kwaliteit van het personeel gerelateerd aan het gewenste niveau van de dienstverlening. De kwaliteiten van de medewerkers moeten afgestemd zijn op de werkzaamheden waarbij de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd dienen te zijn.

D: De subsidiëring

Accommodaties hebben een afhankelijkheidsrelatie met de gemeente. De overheid wil dat beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd. Voor de uitvoering daarvan is de gemeente afhankelijk van maatschappelijke actoren zoals welzijnsaccommodaties.
De financiële en inhoudelijke afhankelijkheidsrelatie krijgt formeel gestalte in de Subsidieverordening van de gemeente Groningen (1996). De gemeente subsidieert het beheer of de instandhouding van de accommodatie waarin activiteiten behoren plaats te vinden.
De subsidieverordening van de gemeente Groningen heeft kenmerken van inputfinanciering. Een relatie tussen de financiering van benodigde middelen en de geleverde diensten is nauwelijks aanwezig.
Ook komen benodigde middelen niet overeen met de verwachtingen die de gemeente (impliciet ) heeft ten aanzien van de maatschappelijke functie van accommodaties.Het ontbreekt aan een kosten/ baten analyse zodat inzichtelijk wordt welke middelen nodig zijn voor het behalen van een bepaald prestatieniveau.


3. AANBEVELINGEN

In een tijd waarin onze samenleving in zwaar economisch weer is verzeild geraakt, roept het BBOG de gemeenteraad nogmaals met klem op niet op de uitvoering van het SCW te bezuinigen, maar juist anticyclisch te subsidiëren. Zowel naar aanleiding van de bovenstaande notitie komt het BBOG tot de volgende op de accommodaties toegespitste aanbevelingen:


A: Gemeente en accommodaties

• Benoem de maatschappelijke functie van welzijnsaccommodaties en maak maatschappelijke effecten inzichtelijk.
• Investeer in de ontwikkeling van vrijwilligerskaders. Kwalificeer de inzet van vrijwilligers, inventariseer de behoefte aan ondersteuning en ontwikkel vervolgens vrijwilligersbeleid. Neem bij de ontwikkeling van vrijwilligersbeleid de vrijwilliger als uitgangspunt.
• Houdt bij de beoordeling en aansturing rekening met de mogelijkheden maar ook de beperkingen van de accommodaties.
• Bevorder participatie en betrokkenheid door een doelgerichte aanpak. Moedig particuliere initiatieven op wijk- en accommodatieniveau aan en beloon deze naar rato.
• Zet een professionaliseringbeleid op en faciliteer de instellingen daarin.
• Maak inzichtelijk welke middelen nodig zijn om gewenste prestaties te kunnen behalen.
• Beschouw de behoeftepeiling (vraagverkenning) als een gezamenlijke opgave. Maak heldere afspraken over de ontwikkeling van dit traject.

B: Gemeente

• Bevorder de inzet van personeelsinstrumenten om vrijwilligers te motiveren, zoals het verstrekken van informatie, bevorderen van deskundigheid, het bieden van facilitaire ondersteuning en stimulerings - en publiciteitsmaatregelen.
• Stem het vrijwilligersbeleid, de scholing en ondersteuning af op de verschillen tussen bestuurders en uitvoerders.
• Beloon positieve ontwikkelingen en initiatieven vanuit de accommodaties. Stel bijvoorbeeld een jaarlijkse accommodatieprijs op.
• Werk aan randvoorwaarden om het besturen interessant te maken.
• Heroverweeg de subsidiëring aan centra. Wees hierin éénduidig maar houdt rekening met verschillen (grootte en verzorgingsgebied) gerelateerd aan functie en mogelijkheden. Gebruik de afspraken niet om af te rekenen maar pas ze toe om inzicht te krijgen in knelpunten zodat gericht actie kan worden ondernomen.
• Overweeg de subsidie te verdelen in een vast en een variabel deel. Een vast deel voor de basisfunctie en de openstelling. Een variabel deel voor ontwikkeling en uitvoering van het activiteitenplan gerelateerd aan behoeftes op lokaal niveau. Pas op dit laatste een vorm van budgetfinanciering toe.
• Breng duidelijke verbanden aan tussen doelstellingen en benodigde middelen.
• Stel budget beschikbaar te stellen voor het Jongerenwerk waarbij activiteiten professioneel kunnen worden ondersteund en de brede maatschappelijke functie van accommodaties gewaarborgd is.
• De werkzaamheden in het SCW die nu via de I/D-banen worden vervuld als functie voor het SCW te behouden
• Stichting WING voldoende in staat te stellen het uitvoerende werk in de wijken met kwalitatief goede medewerkers uit te voeren

C: Accommodaties

• Implementeer een planmatige aanpak van vrijwilligersbeleid. Analyseer wat accommodaties vrijwilligers hebben te bieden. Sta open voor kritiek, veranderingen en vernieuwingen. Ga op een flexibele manier om met ideeën en initiatieven van vrijwilligers en bekijk wat de organisatie kan met de kwaliteiten van de vrijwilligers. Denk na over de manier van begeleiding en deskundigheidsbevordering.
• Maak het besturen weer interessant door deskundigheidsbevordering. Dit heeft ook een positieve uitwerking op de kwaliteit van de dienstverlening.
• Sta stil bij de werkgeversrol van bestuurders (vrijwilligers) ten opzichte van de rol en positie van de inzet van professionele krachten en gesubsidieerde krachten. Stem de inzet en kwaliteit van het personeel af op het gewenste niveau van de dienstverlening.
• Definieer helder wat de bijdrage is aan sociale cohesie en hoe dat op accommodatieniveau tot uitdrukking komt.
• Benoem de mogelijkheden en onmogelijkheden van accommodaties.
• Investeer in de signaleringsfunctie zodat flexibel kan worden ingespeeld op veranderingen in behoeftes.
• Ontwikkel een accommodatie website voor besturen en vrijwilligers met daarop informatie over ontwikkelingen, een kennisdatabank, het scholingsaanbod e.d.