Samenspel en samenspelen! Visie op kinderactiviteiten 2006-2010
Gesubsidieerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen in de leeftijd 4-12 jaar

Aan de raad,

Inleiding

De gemeente Groningen is opdrachtgever voor de uitvoering van gesubsidieerde kinderactiviteiten. In de huidige situatie maken we bij de kinderactiviteiten nog onderscheid tussen kinderwerk (inclusief kindervakantie-activiteiten), naschoolse activiteiten en huiskamerprojecten. Alle drie in de loop der tijd ontstane vormen van activiteiten voor kinderen bestaan naast elkaar. Ze onderscheiden zich van elkaar op basis van specifieke, historisch gegroeide kenmerken. Ieder voor zich maken ze aanspraak op het beperkte subsidiebudget dat beschikbaar is en samen vormen zij het huidige aanbod voor vrijetijdsactiviteiten voor kinderen in de leeftijd 4-12 jaar in de stad Groningen.

De verdeling over de stad van gemeentelijke middelen (ureninzet en activiteitenbudget) voor kinderactiviteiten is historisch gegroeid en niet eerder getoetst op evenredige inzet:

  • Voor kinderwerkwerk (incl. kindervakantie-activiteiten) is structureel een budget van
    € 250.000 beschikbaar.
  • Voor naschoolse activiteiten en NSO/NSA projecten is ook een budget van
    € 250.000 structureel beschikbaar.
  • Daarnaast is er voor de twee Huiskamerprojecten, specifiek gericht op risicokinderen in de leeftijdsgroep 10-14 jaar, ook een budget van € 250.000 beschikbaar.

In de stad Groningen worden op meerdere plaatsen en door meerdere organisaties gesubsidieerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen in de basisschoolleeftijd (4-12 jaar) georganiseerd. Het gaat hierbij om:

  • Kinderwerk in de buurtcentra en speeltuinverenigingen uitgevoerd door de COPgroep;
  • Naschoolse Activiteiten (NSA) in de Vensterscholen uitgevoerd door de COPgroep;
  • NSO/NSA project (een geïntegreerd aanbod van naschoolse opvang en naschoolse activiteiten) in Vinkhuizen uitgevoerd door de SKSG en in Beijum uitgevoerd door de COPgroep;
  • Huiskamerprojecten voor risicokinderen (10-14 jaar) in de Oosterpark en in Beijum uitgevoerd door de MJD;
  • Kindervakantieactiviteiten uitgevoerd door de COPgroep.

Overige door de gemeente Groningen gesubsidieerde activiteiten voor deze leeftijdsgroep zijn: De Jonge Onderzoekers (€ 220.000), Technica 10 (€ 46.000) en Scouting (€ 15.000).
Om de infrastructuur voor kinderactiviteiten in stand te houden, subsidieert de gemeente de speeltuincentrale en het speeltuinwerk .
Daarnaast vinden in Vensterschoolverband en anderszins sportactiviteiten plaats en binnen scholen vindt cultuureducatie plaats.

Aanleiding

In de nota Opgroeien in Balans, het beleidskader Integraal Jeugdbeleid 2005-2010 en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma 2006 hebben we aangekondigd dat we in maart 2006 onze visie op de kinderactiviteiten voor deze leeftijdsgroep zullen presenteren. De centrale vraag die we beantwoorden is: met welk doel en voor wie willen we de gesubsidieerde kinderactiviteiten inzetten?

Met ingang van 1 september 2006 willen we de gesubsidieerde kinderactiviteiten die vallen onder kinderwerk (incl. kindervakantie-activiteiten) en naschoolse activiteiten (incl. NSO/NSA projecten) zoveel mogelijk onderbrengen bij één uitvoerende instelling. Op dit moment subsidiëren wij meerdere instellingen voor het uitvoeren van deze kinderactiviteiten.
Na het faillissement van stichting Wing in 2004 is een groot deel van deze kinderactiviteiten tijdelijk ondergebracht bij de huidige uitvoerende instelling de COPgroep. Dit contract loopt af per 1 september 2006. Het tijdelijk subsidiëren brengt de nodige onzekerheid voor de uitvoerende instelling, de werknemers en de deelnemers aan de activiteiten met zich mee. Om de continuïteit in de uitvoering te kunnen waarborgen en een betrouwbare opdrachtverlener te kunnen zijn, moeten we dit voorjaar besluiten waar we de uitvoering van de gesubsidieerde kinderactiviteiten tot en met 2010 onderbrengen.

We hebben met de raad afgesproken dat we meerdere instellingen in de gemeente Groningen de mogelijkheid geven een aanbod voor de uitvoering van de kinderactiviteiten te doen die past bij de visie die we in deze nota geven. Om dit te realiseren starten we dit voorjaar een subsidietraject. Wij realiseren ons dat bestaande garanties beperkend kunnen zijn voor de overheveling van de subsidie naar een andere instelling. Op basis van nader onderzoek zullen wij de raad informeren over de aanwezige speelruimte voor het starten van een subsidietraject op basis waarvan meerdere instellingen een aanbod kunnen doen.

Om dit subsidietraject te kunnen starten, is het van belang om als subsidiegever van de kinderactiviteiten goed te weten wat onze vraag is. Pas als duidelijk is wat we willen, kunnen de instellingen een samenhangend en passend aanbod ontwikkelen en kunnen we op basis daarvan een keuze maken welke instelling we de komende jaren subsidiëren voor de uitvoering van de kinderactiviteiten. Hieronder geven we de hoofdlijnen van onze visie op de kinderactiviteiten weer. Op basis van deze hoofdlijnen willen we het subsidietraject starten.

 

Doelen kinderactiviteiten

Onze visie op kinderactiviteiten staat niet op zich zelf, maar past binnen het door de raad vastgestelde Integraal Jeugdbeleid, het Vensterschoolbeleid en het welzijnsbeleid. In onze visie hebben we ook rekening gehouden met ontwikkelingen die van invloed zijn op de kinderactiviteiten, zoals de ontwikkeling naar dagarrangementen en de verlengde schooldag.

Doelen die wij willen bereiken:

  • Meer samenhang in de kinderactiviteiten;
  • Een onderbouwing voor de (her)verdeling van de subsidiemiddelen voor de kinderactiviteiten;
  • Oplossen van de huidige knelpunten;
  • Verbeteren van de pedagogische kwaliteit van de uitvoering van de kinderactiviteiten;
  • Optimaliseren van het bereik onder risicokinderen.

Op termijn willen wij komen tot een aansprekend en geïntegreerd aanbod van gesubsidieerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen van 4-12 jaar. Dit aanbod is evenredig verdeeld is over de stad naar aantallen kinderen en aantallen risicokinderen. Het bereik is minimaal 1/3 van alle kinderen van 4-12 jaar, waarbij de deelname van risicokinderen een afspiegeling is van het totaal aantal risicokinderen in de stad Groningen. De activiteiten voldoen aan bepaalde vooraf gestelde (pedagogische) kwaliteitseisen - waarbij we verschillende ambitieniveaus zullen onderscheiden - en dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen. Bovenal zijn de activiteiten leuk en aantrekkelijk voor de kinderen.

Om dit beleid op termijn te kunnen realiseren en er zorg voor te dragen dat de kinderactiviteiten voldoen aan de gestelde (pedagogische) kwaliteitseisen is wellicht een financiële impuls nodig.


 

Maatschappelijke effecten kinderactiviteiten

In de stadvisie stellen we ons tot doel dat Groningen een stad is waarin iedereen meedoet en een startkwalificatie bezit. Vanuit dit doel wil de gemeente Groningen met het integraal jeugdbeleid een inspirerende bijdrage leveren aan de ontwikkeling en instandhouding van een infrastructuur die ruimte biedt aan kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen tot vrije en verantwoordelijke burgers, die een bijdrage leveren aan een open democratische samenleving.

De maatschappelijke effecten die we nastreven met de gesubsidieerde kinderactiviteiten sluiten aan bij de missie van het Integraal jeugdbeleid en bij de doelen van het Vensterschoolbeleid en het welzijnsbeleid. We willen met de kinderactiviteiten op de eerste plaats een veilige en plezierige vrijetijdsbesteding bieden. Daarnaast streven we de volgende maatschappelijke effecten na:

  • Maatschappelijke betrokkenheid en democratisch burgerschap van ouders en kinderen bevorderen (participatie).
  • Ontwikkelen van sociale vaardigheden (veiligheid).
  • Stimuleren van sport en beweging (als onderdeel van een gezonde leefstijl, waarbij tevens de weerbaarheid vergroot wordt).
  • Mogelijkheden bieden voor informeel leren (onderwijsachterstand).
  • Ontwikkelen van competenties op terreinen als sport, muziek, cultuur en recreatieve activiteiten (brede ontwikkeling).
  • Opbouwen van zelfvertrouwen en ontwikkelen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid (schoolcarrière).

 

Visie kinderactiviteiten

De visie op kinderactiviteiten rust op de volgende pijlers:

  • Laagdrempelig, samenhangend en doorlopend aanbod

De kinderactiviteiten maken deel uit van een laagdrempelig, samenhangend en doorlopend aanbod van onderwijs, opvang en vrijetijdsactiviteiten. De infrastructuur voor de uitvoering bestaat uit één of meerdere basisscholen die samenwerken met een buurtcentrum en/of speeltuinvereniging en een opvangvoorziening.
Daar waar een Vensterschool is wordt samengewerkt vanuit de Vensterschool. Daar waar (nog) geen Vensterschool is worden de kinderactiviteiten georganiseerd vanuit een samenwerking tussen de drie kernpartners: basisschool, buurtcentrum/speeltuinvereniging en opvangvoorziening. Dit betekent dat naast de bestaande 10 Vensterscholen er 4 à 5 nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand gebracht zullen worden.
De activiteiten die vanuit deze samenwerkingsverbanden georganiseerd worden richten zich op alle kinderen van de deelnemende scholen en op alle kinderen uit de omringende buurt/wijk.

Vanuit de stedelijke organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van kinderactiviteiten worden er samenwerkingsrelaties opgebouwd met bestaande voorzieningen die deel uitmaken van de lokale infrastructuur. Voorbeelden hiervan zijn sportverenigingen, Huis voor de Sport, Natuurmuseum, Muziekschool, Kunstencentrum, De Jonge Onderzoekers, MJD (zorg, jongerenwerk, allochtonenteam), Stiel (vrijwilligers, stagiaires (maatschappelijke stages), bedrijfsleven (maatschappelijk ondernemen) en Humanitas (vrijwilligers).

2. Gerichte toeleiding
Specifieke groepen kinderen worden actief en gericht door docenten en activiteitenbegeleidsters toegeleid naar specifieke activiteiten (b.v. talige activiteiten, sport/bewegen e.d.). Met name de rol van de school is daarbij van groot belang omdat zij immers als basisvoorziening een centrale plaats in neemt in het leven van kinderen van 4-12 jaar en in dat van hun ouders. Het is de plek waar de kinderen het merendeel van hun tijd doorbrengen en waar dus alle kinderen ‘te vinden’ zijn. Daarnaast is het van belang dat in prioriteitswijken pedagogische medewerkers op straat of thuis contact leggen met kinderen en hun ouders om zo de kinderen naar de activiteiten toe te leiden.

3. Mix van kinderen
Gebaseerd op de maatschappelijke effecten die we nastreven stellen we voor dat de kinderactiviteiten voor alle kinderen in de leeftijd 4 tot en met 12 jaar zijn, maar dat we nadrukkelijker in gaan zetten op het bereiken van risicokinderen, kinderen uit sociaal economisch zwakkere gezinnen. Deelname aan kinderactiviteiten zal met name ook voor risicokinderen bijdragen aan hun ontwikkeling.
We streven naar een mix van kinderen. Integratie van opvang en vrijetijdsactiviteiten zal daaraan bijdragen.

4. Pedagogische kwaliteit
De kinderactiviteiten voldoen aan bepaalde vooraf vastgestelde (pedagogische) kwaliteitseisen, waarbij we verschillende ambitieniveaus zullen onderscheiden. De uitvoering van de activiteiten gebeurt waar mogelijk door vakdocenten, stagiaires, (geschoolde) vrijwilligers met ondersteuning van pedagogische medewerkers. We willen ouders een nadrukkelijke rol geven bij de organisatie van de activiteiten door hun participatie als vrijwilliger te stimuleren.
Voor het organiseren en uitvoeren van de kinderactiviteiten is pedagogische kennis van belang. Dit betekent dat we gaan werken met pedagogische medewerkers op HBO-niveau en op MBO niveau (uitvoerende werkzaamheden). Daarnaast bieden we de vrijwilligers scholing aan.

5. Eenduidige uitvoering en financiering
Alle pedagogische medewerkers die betrokken zijn bij de kinderactiviteiten zijn ondergebracht bij een stedelijke organisatie. De medewerkers binnen het samenwerkingsverband – docenten, pedagogisch medewerkers, opvangleidsters – werken nauw samen om een kwalitatief goed aanbod te realiseren. Het streven daarbij is om op termijn te komen tot combifuncties. Op deze manier kunnen medewerkers efficiënter ingezet worden.
We gaan ook onderzoeken op welke wijze middelen vanuit onderwijs, opvang en vrijetijdsactiviteiten samengebracht kunnen worden en efficiënter ingezet kunnen worden voor alle betrokken partners.

Voor de financiering willen we een eenduidige verdeelsleutel ontwikkelen op basis waarvan we de budgetten over de stad kunnen verdelen. Uitgangspunt daarbij is het aantal leerlingen en het aantal risicoleerlingen per basisschool. Aanvullend daarop kunnen in prioriteitswijken extra uren en extra budget ingezet worden voor een outreachende aanpak.

Aan ieder samenwerkingsverband stellen we voor de organisatie en uitvoering van de kinderactiviteiten een nog nader te bepalen activiteitenbudget en een nog nader te bepalen aantal uren voor de inzet van de pedagogische medewerker beschikbaar.

We streven naar een inkomensafhankelijke bijdrage voor deelname aan kinderactiviteiten. We willen onderzoeken hoe we dit kunnen realiseren met behoud van de laagdrempeligheid van de activiteiten, met name voor risicokinderen.

Implementatie

De implementatie van onze visie willen we in twee fasen uitsplitsen. In fase 1 bepalen we met welke instelling we onze visie verder gaan uitwerken. Dit subsidietraject zal plaatsvinden in de periode maart t/m mei 2006. Fase 2 bestaat uit de nadere uitwerking van de visie en de ambitie: dit proces krijgt rond de zomer van 2006 zijn beslag. Ten slotte benutten we de periode tot en met augustus 2007 om samen met de betreffende instelling de visie in te voeren en te implementeren.

Subsidietraject
Voor 1 juni 2006 moet bekend zijn welke instelling de kinderactiviteiten gaat uitvoeren, zodat er voldoende tijd is om een eventuele overgang van de ene aanbieder naar de andere vóór 1 september 2006 af te kunnen ronden. Om dit besluit te kunnen nemen dienen de hoofdlijnen van de visie die ten grondslag ligt aan de uitvoering van kinderactiviteiten, duidelijk te zijn. Immers, de selectiecriteria voor dit besluit komen voort uit deze hoofdlijnen.

Aangezien er sprake is van gesubsidieerde activiteiten gelden de formele spelregels (Algemene subsidieverordening en de Algemene wet bestuursrecht) rond het verstrekken van subsidies. Deze spelregels vormen dan ook het kader voor het subsidietraject.

Invoering visie, financiën en planning
In de periode september 2006/augustus 2007 gaan we samen met de instelling, waar we de kinderactiviteiten onderbrengen, de visie implementeren. We stellen voor een zorgvuldig invoeringstraject in gang te zetten waarbij we in samenspraak met de partners in het veld onze visie verder uitwerken en implementeren. Wij concentreren ons daarbij op WAT we willen en van de instelling verwachten we dat ze aangeven HOE dat het beste gedaan kan worden. Aandachtspunten daarbij zijn:

  • Ontwikkeling van samenwerkingsverbanden.
  • Ontwikkelen pedagogische kwaliteit van kinderactiviteiten.

Om te beginnen zullen wij inventariseren hoe de kinderactiviteiten op dit moment verdeeld zijn over de stad (wat gebeurt in welke wijk) en in overleg met de instelling(en) een herverdelingsvoorstel ontwikkelen. Daarbij gaan we in eerste instantie uit van het huidige budget (structureel € 500.000). Eventuele knelpunten zouden aanvullend gedekt kunnen worden uit het Stimuleringsfonds (€ 297.000), dat de raad bij de begrotingsbehandeling 2006 voor een periode van 3 jaar ter beschikking heeft gesteld. Ook vernieuwende impulsen - we denken bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van een Summerschool voor groep 8 van het basisonderwijs - willen we met dit Stimuleringsfonds mogelijk maken. Daarnaast willen we een lange termijn scenario (groeimodel) uitwerken, waarin we beschrijven hoe we onze ambitie verder vorm willen geven en welke financiële middelen we daarvoor nodig achten.
De inventarisatie van de huidige verdeling, het herverdelingsvoorstel en onze ambitie op de langere termijn zullen wij rond de zomer van 2006 aan de raad voorleggen.

In april 2006 willen we de hoofdlijnen van onze visie bespreken met de betrokken instellingen.

 

 Besluit

Gelet op het vorenstaande stellen wij de raad voor te besluiten:

  1. De hoofdlijnen van de visie op kinderactiviteiten 2006-2010 vast te stellen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Dienst Onderwijs Cultuur Sport Welzijn

Afdeling

 

B&P

Onderwerp

 

Bijeenkomst Kinderactiviteiten

 

 

 

Telefoon

 

050-3676189

Bijlage(n)

 

 

Ons kenmerk

 

OS 06.

Datum

 

29-03-2006

Uw brief van

 

 

Behandeld door

 

GFHM Tacken


Geachte heer/mevrouw,

 

Bij deze wil ik u van harte uitnodigen voor een bijeenkomst over Kinderactiviteiten. Deze bijeenkomst vindt plaats op 18 april 2006 van 14.00-16.00 uur bij de dienst OCSW (Europaweg 8, zaal Apollo, derde verdieping). In de bijlage vindt u de lijst van genodigden.

Wij willen graag het raadsvoorstel Samenspel en samenspelen! Visie op kinderactiviteiten 2006-2010. Gesubsidieerde vrijetijdsactiviteiten voor kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar. (zie bijlage) met u bespreken. Dit raadsvoorstel zal naar verwachting in april of mei in de raad besproken worden.

Tevens willen wij u op deze bijeenkomst kort informeren over de stand van zaken omtrent het subsidietraject voor de uitvoering van Kinderactiviteiten na 1 september 2006.

Mocht u niet aanwezig kunnen zijn op deze bijeenkomst, dan zou ik dat graag tijdig vernemen.

 

Met vriendelijke groet,

 

Gerry Tacken
Beleidsmedewerker O&J
tel. 050-3676189
g.tacken@ocsw.groningen.nl

 

 

BIJLAGE

 

Naast wethouder José van Schie, zijn de volgende personen/instellingen uitgenodigd aanwezig te zijn op deze bijeenkomst:

Bernadette Diekstra (COPgroep)
Cathy Boltje (SKSG)
Anja Aaldering (MJD)
Peter Doting (BSO-Schildersbuurt)
Joka Olijve (Speeltuincentrale)
Coen van der Heijde (BBOG)

 

De volgende ambtenaren zullen aanwezig zijn:

Tonny van de Berg (programmamanager O&J)
Anita Schnieders(Integraal Jeugdbeleid)
Rob Mathijssen (Hoofd CMS)
Gerry Tacken (Kinderactiviteiten).

De schoolbesturen zullen in een afzonderlijke bijeenkomst geïnformeerd worden, evenals de locatiemanagers en de besturen van de buurtcentra en speeltuinverenigingen.