een aanklacht tegen de onbalans in het welzijnswerk
 
 
Buurthuis niet alleen voor probleemgroepen

Het buurtcentrum is sterk veranderd in de afgelopen 15 jaar. Het sociaal-cultureel werk moet zich steeds meer richten op hulpverlening en opvang van zwakke groepen. Die verschuiving veroorzaakt een onbalans in het welzijnswerk. Het resultaat is toenemende onverdraagzaamheid, betoogt Coen van der Heijde.
De sociale problemen in de wijken groeien, vooral met bepaalde groepen. Die trend zie je al 15 jaar. Van het sociaal-cultureel werk wordt steeds meer zorg en opvang verwacht. De bestrijding van overlast en probleemgedrag, bij voorbeeld bij jongeren, vraagt steeds meer aandacht. Tegelijkertijd heeft de overheid, die aan de subsidiekraan zit, steeds minder geld over voor de oorspronkelijke functie van het sociaal-cultureel werk. De ontmoeting tussen gewone wijkbewoners raakt steeds meer op de achtergrond.
De buurtcentra kregen door deze ontwikkeling herhaaldelijk te maken met ’nieuw’ beleid. Telkens worden de bestaande structuren en verhoudingen gewijzigd. Bezuinigen is namelijk eenvoudiger als je de structuren verandert. Dan hoef je niet te praten over de inhoud, over wat je werkelijk wil met de buurtcentra. Het welzijnsbeleid van dit moment volgt de trends, zonder echte wil tot vernieuwing. Er wordt gepraat over andere organisatievormen en subsidiesystemen. Het BBOG (besturenoverleg van de buurtcentra) is er niet in geslaagd die trend te doorbreken. Een inhoudelijk debat met de gemeente zat er niet in.
Dat heeft te maken met verschuivingen op andere terreinen. In de jaren negentig neemt het marktdenken bezit van de lokale overheid en de uitvoerende instanties. De samenleving wordt gezien als een markt van producenten en consumenten. De gemeente vat zichzelf op als bedrijf. Er ontstaan nieuwe verhoudingen tussen gemeente, uitvoerende instellingen en burgers. De gemeente probeert alles te centraliseren en met elkaar te verbinden. Efficiency, voorspelbaarheid en controleerbaarheid worden de trefwoorden. Om dat voor elkaar te krijgen neemt de bureaucratie toe. De groeiende macht van deze beleidsmakers brengt steeds meer arrogantie met zich mee.  De burgers belanden langs de zijlijn, zoals dat gaat met consumenten. Dat gebrek aan echte medezeggenschap tast de motivatie van vrijwilligers aan. Mondige burgers die serieus meebeslisten worden objecten van onderzoek. Op basis van dat onderzoek beslist de gemeente wat goed is voor de wijkbewoners.
Inmiddels is de vraag actueel of de gemeente de subsidie aan diverse buurtcentra moet stopzetten. Er is sprake van onbalans tussen de voorzieningen in de verschillende wijken, is het motief. Maar er speelt nog een heel andere onbalans. Door de eenzijdige gerichtheid op kwetsbare groepen voelen steeds minder gewone buurtbewoners zich aangetrokken tot het buurthuis en de dingen die daar gebeuren. Diverse bevolkingsgroepen in de wijk komen elkaar minder tegen. Het ligt voor de hand dat de verdraagzaamheid ten opzichte van elkaar daar onder lijdt. Het bevorderen van de sociale samenhang lijkt nauwelijks meer een doel. Wie sociale cohesie wil, richt zich immers op alle wijkbewoners en niet alleen op probleemgroepen.
Vooral in de steden zie je steeds meer verlies aan gemeenschappelijke cultuur. Dat is zeker één van de oorzaken van de groeiende problemen in de wijken. Het wordt los zand. Een buurtcentrum kan daar tegenin gaan, de gemeenschapszin en het wijkgevoel bevorderen. Maar daarvoor is herwaardering en vernieuwing van het sociaal-cultureel werk nodig.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) kan verbetering brengen. Deze toekomstige wet pleit onder meer voor sociale cohesie en vertrouwen in de buurt. Om de WMO te laten slagen, moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan.ï

  1. Het sociaal-cultureel werk moet volwaardig onderdeel zijn van het totale welzijnsbeleid, niet alleen gericht op problemen, maar ook op het versterken van de sociale samenhang.
  2. Het loslaten van het marktdenken dat burgers als consumenten op afstand zet.
  3. Het ontwikkelen van nieuwe verhoudingen waarin burgers een gelijkwaardige plaats hebben.

Bij de vorming van het nieuwe college van BenW kan zou het een prachtig programmapunt zijn om de trend van de afgelopen jaren te doorbreken en een werkelijk vernieuwende lijn te kiezen.
Coen van der Heijde
voorzitter BBOG