Buurtcentra Besturen Overleg Groningen
P/a Mooiwerk B.V.
Kraneweg 72
9718 JV Groningen
www.bbog.net
Aan de Gemeenteraad van Groningen
Betreft: Accommodatienota Anders en Beter
Groningen, 17 december 2005
Geachte raad,
Sommige individuele raadsleden geven aan het standpunt van het
BBOG niet te begrijpen, omdat volgens hen het sociaal-cultureel
werk verweven is met de accommodatienota. Wij willen nogmaals benadrukken
dat het nieuwe welzijnsbeleid geen beleidsverantwoordelijk-heid
neemt voor algemeen sociaal-cultureel werk. Dit betekent een wijziging
ten opzichte van het huidige welzijnsbeleid (Partners in Welzijn).
De nieuwe inhoud van het welzijnswerk heeft grote gevolgen voor
het gebruik van accommodaties.
Voor ons is dit teleurstellend. Op zichzelf lijkt de uitwerking
voor accommodaties langs de nieuwe beleidslijn gedegen. Alleen
mist de nota samenhang met het algemene welzijnswerk en is zodoende
als eenzijdig te kwalificeren. Wij hebben u genoegzaam gewezen
op de consequenties die een eenzijdige aanpak op accommodaties
zou kunnen hebben. Daarom hebben wij u voorgesteld in uw raad te
besluiten om in het jaar 2006 via de WMO (prestatieveld 1) het
algemene welzijnswerk te ontwikkelen en daartoe de benodigde middelen
te reserveren. Alleen langs deze weg kunnen wij instemmen met de
inhoudelijke kant van de accommodatienota. Het nieuwe welzijnsbeleid
is dan in overeenstemming met de criteria die door de raadscommissie
Zorg en Beheer zijn vastgesteld in hun notitie (2004). Bovendien
wordt tegemoet gekomen aan het voorbehoud dat door de VVD-fractie
is gemaakt bij de vaststelling van de kadernotitie Welzijn van
het College. De VVD-fractie laat het oordeel of de welzijnsnota
van het College in overeenstemming is met de welzijnsnotitie van
de raadscommissie Zorg en Beheer afhangen van de inhoud van de
concrete vervolgnota’s. Ook het BBOG heeft altijd een verschil
geconstateerd tussen de notitie van de raadscommissie en de nota
van het College. Wij delen daarbij de visie van de raadscommissie,
omdat deze zich richt op alle wijkbewoners en daarnaast bevordering
van sociale cohesie en wijkgevoel als beleidsopdracht wenst. De
accommodatienota bevestigt dat verschil, omdat deze nota alleen
hulp en zorg aan specifieke groepen in prioriteitswijken tot het
beleidsterrein rekent. Wij de-len daarbij de visie van de raadscommissie.
De accommodatienota bevestigt dat verschil. Wij roepen de raad
op zich nogmaals te buigen over deze interne tegenstrijdigheid
en tevens aan zelfonderzoek te doen naar het beleid dat u nu werkelijk
wilt voeren.
Voorts voorkomt een dergelijk besluit dat alle vervolgnotities
over bijvoorbeeld opbouwwerk, ouderenwerk en vrijwilligerswerk
langs deze eenzijdige beleidslijn worden vormgegeven. Het gehele
welzijnwerk lijkt nu ten dienste te gaan staan van zorg en opvang
van prioriteitsgroe-pen. We juichen toe dat er in het kader van
welzijn aandacht is voor hulpverlening aan doel-groepen, alleen
preventie via algemeen sociaal-cultureel werk ontbreekt. Ook kan
geen vrij-willigerswerving meer plaatshebben via het algemene welzijnswerk.
Daarmee zal het vinden van nieuwe vrijwilligers een moeilijke kwestie
worden.
De door u voorgestelde beheerorganisatie blijft voor ons een groot
knelpunt. Wij hebben u daarover genoegzaam geïnformeerd. De
gegeven onderbouwing om voor WPG te kiezen overtuigt ons in het
geheel niet. Bovendien schept het College verwarring door een aantal
centra nu wel beschikking te geven over de eigen beheermiddelen.
De centra die dat ook wen-sen, vatten dit op als een precedent.
Buurtcentrabesturen protesteren tegen voorstellen die de autonomie
van zelfstandige stichtingsbesturen aantast. In dit kader vrezen
wij voorstellen voor de herziening van de huidige subsidieverordening,
omdat deze de inperkingen van de autonomie van zelfstandige besturen
verder kunnen vergroten en sanctioneren.
Voor ons is het onbegrijpelijk dat pas nadat een besluit over
de accommodatienota is genomen het College met een rapportage komt
in hoeverre het beleid is ontwikkeld in overeenstemming met de
aanbevelingen van de commissie onder leiding van de heer Kouwenhoven.
Het lijkt ons zinvol om deze rapportage vooraf te geven zodat die
betrokken kan worden bij de definitieve beoordeling in uw raad
van de accommodatienota.
Tot zover onze toelichting en aanvulling op onze standpunten.
Met vriendelijk groet,
Coen van der Heijde, voorzitter BBOG
|