Aan: De leden van de Raadscommissie Zorg en Beheer
Van: Buurtcentra Besturen Overleg Groningen (BBOG)
Datum: 7 april 2005
Onderwerp: Zeggenschap buurtcentra over middelen voor beheer en schoonmaak

Geachte leden van de raadscommissie,

U staat deze maand voor de belangrijke taak een besluit te nemen over de zogeheten verkaveling van het welzijnwerk. U legt daarmee voor jaren de professionele uitvoering van dit werk vast. Hoewel de tijd krap is willen wij u wijzen op een ontwikkeling die zich op dit moment bij besturen van buurtcentra plaatsvindt.

Voor het BBOG betekenen beheer en schoonmaak betekenen meer dan het oplossen van een organisatieprobleem. Het heeft voor ons met zeggenschap te maken en dat is per definitie een beleidszaak en dus niet alleen een uitvoeringskwestie.Unaniem willen buurtcentra de volledige zeggenschap terug over middelen voor beheer en schoonmaak. Besturen zijn eindverantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer van hun centra en daar hoort zeggenschap over middelen bij.
In 1994, bij de WING fusie, heeft een meerderheid van de buurtcentra deze zeggenschap vrijwillig afgestaan omdat destijds de WING constructie een goede zaak leek. Een aantal buurtcentra echter wel bleef beschikken over het beheergeld (daaruit blijkt de vrijwilligheid).
De buurtcentra zijn de afgelopen 35 jaar ontwikkeld vanuit de wijken op basis van het particuliere initiatief van burgers. De constructie van beheer via WING en nu via Groep Werkprojecten doet onvoldoende recht aan dit uitgangspunt. Door beschikking en zeggenschap te krijgen over de beheermiddelen willen de besturen van buurtcentra hun autonomie en positie als actieve burgers/besturen in de wijk herstellen. Dit draagt ook bij aan het vermijden van nieuwe monopolievorming wat volgens de onderzoekscommissie WING, onder leiding van de heer Kouwenhoven, ook zeer gewenst is.
Door het teruggeven van zeggenschap aan buurtcentra over beheermiddelen laat de gemeente zien dat zij vertrouwen heeft in haar burgers. Ook ontstaat er een gelijkwaardige situatie tussen buurtcentra. Het merendeel van de buurtcentra wordt namelijk weer gelijk gesteld met de enkele centra die wel zeggenschap over hun beheergelden hebben behouden (=gelijkheidsbeginsel).

Het bestuur van het BBOG onderzoekt op dit moment het vormen van een coöperatieve vereniging die zich vooral richt op het beheer en schoonmaak van aangesloten buurtcentra.
Dat kan een aantal voordelen opleveren:
• er komt een einde aan de huidige dubbele subsidiestroom. Zoals bekend gaat er rechtstreeks vanuit de gemeente subsidie naar Groep Werkprojecten. Daarnaast ontvangen buurtcentra ook subsidie voor het inkopen van beheer en schoonmaak bij Werkprojecten.
• buurtcentra zijn weer een serieuze speler in deze sector omdat zij zich rechtstreeks met de kwaliteit van het werk kunnen bezighouden
• het beheerpersoneel is verlost van loyaliteitsprobleem: trouw zijn aan de werkgever en trouw zijn aan het buurtcentrum bestuur, aangestuurd worden door het bestuur maar in dienst zijn bij een andere organisatie
• van de kennis en kundigheid onder besturen van buurtcentra wordt optimaal gebruik gemaakt
• het opent de weg voor een herstel van een direct contact tussen gemeente en buurtcentra zodat de gemeente weer inzicht en overzicht krijgt over wat werkelijk speelt
• een derde organisatie die tussen gemeente en buurtcentra staat, is vaak ervaren als ’een schijf teveel’. Daarbij gaat het over het product (calculeerbaarheid, uren, kostprijzen etc.) en niet over de aangeboden dienst op grond van communicatie tussen aanbieder en ontvanger
• er is sprake van een dubbele financiële controle: de bij de coöperatie aangesloten buurtcentra controleren elkaar op basis van een transparant systeem. Op haar beurt controleert de gemeente de coöperatie.

Buurtcentra hebben uitgesproken geen enkel bezwaar te hebben wanneer dit model verder wordt ontwikkeld. In onze fasering kunnen wij in de tweede helft van mei definitief uitsluitsel geven over voldoende deelname aan de coöperatie. Bij een definitief ’GO’ kunnen wij op 1 augustus 2005 operationeel zijn.

Wij willen onze respect betuigen voor de bereidheid van Werkprojecten Groep om het beheer na de val van WING voor een jaar op te geven. Werkprojecten Groep heeft daarmee als vangnet gediend om erger te voorkomen. Nu, drie kwart jaar later, constateert het BBOG bestuur toenemende irritaties in de relatie met de Werkprojecten Groep. Hoofdoorzaak is de achterstand in kennis bij Werkprojecten over buurtcentra en het positioneren van het beheer daarin, maar ook het ontbreken van een adequaat systeem. Ter vergelijking: WING heeft er 10 jaar over moeten doen om zich die kennis eigen te maken en daarop een redelijk werkbaar systeem te ontwikkelen.
Werkprojecten Groep is geen stedelijke, maar een provinciale organisatie die grotendeels afhankelijk is van het binnenhalen van projecten. Wij hebben begrepen dat Werkprojecten momenteel behoorlijk reorganiseert. Het is duidelijk dat besturen van buurtcentra het grote risico lopen via die reorganisaties hun ervaren beheerpersoneel kwijt te raken.
Buurtcentra besturen willen niet meer afhankelijk zijn van kwetsbare aanbieders en willen ook om die reden de zeggenschap over de beheermiddelen terug. Wij denken het beheerpersoneel meer zekerheid te kunnen bieden. Bovendien lijkt het er op dat wij in ons model voor hetzelfde geld meer beheer uren te kunnen leveren. Dit moet in een tijd van bezuinigingen een interessante optie kunnen zijn.

Het BBOG roept de raad op:

In de Raadsvergadering van april 2005 te besluiten buurtcentra volledige zeggenschap te geven over de middelen voor het beheer.

Met vriendelijke groet,
namens het Buurtcentra Besturen Overleg Groningen,

Coen van der Heijde,
voorzitter.