DEBAT “WAT IS WELZIJN ONS WAARD”
IN VENSTERSCHOOL HOOGKERK OP 22 APRIL 2004

Reageer!!

Georganiseerd door Wing en BBOG

Discussie stellingen:

Stelling 1: Wij hebben in onze accommodatie toch geen sociaal-cultureel werker nodig!

Stelling 2: De accommodatiebestuurder wordt weer een veredelde, onbetaalde beroepskracht, die goed in staat is om vrijwilligers enthousiast te houden.

Stelling 3: Dat de sociale samenhang in de wijken wordt gebaseerd op vrijwilligers is achterhaald en niet meer van deze tijd.

Stelling 4: De gemeente kan beter zelf de sociaal-culturele accommodaties in de stad beheren, exploiteren en de risico’s dragen. Want: wie betaalt, bepaalt.

Stelling 5: De gemeentesubsidie is bestemd voor het verbeteren van de dingen die slecht lopen of voor het bestrijden van overlast, niet voor het ondersteunen van goede activiteiten.

Simone van der Meulen leidt deze avond.
BBOG en WING maken zich zorgen over het welzijn in de stad. Coen v.d. Heijde, de voorzitter van het BBOG houdt daar straks een inleiding over. Daarna zijn er vijf discussiegroepen aan de hand van stellingen, die na de pauze worden toegelicht. Helaas kon wethouder Pattje vanavond niet komen, wel zijn er heel wat raadsleden.
Een verslag van deze avond wordt naar de buurtcentra gestuurd en zal ook te vinden zijn op de website van het BBOG.

Coen v.d. Heijde heet ieder welkom. Hij wil de zorg, ideeën en visies over het welzijnswerk delen. Er zijn vanavond ook raadsleden en ambtenaren van OCSW met wie men in debat kan gaan.
De zorg is begin vorig jaar ontstaan toen de bezuinigingen werden aangekondigd. Het BBOG reageerde dat er tegendraads gesubsidieerd moet worden, zeker als de economie terugloopt. Het college is gebrek aan visie verweten, waarop wethouder Pattje het BBOG uitdaagde met een eigen visie te komen. Die was er afgelopen zomer: het stuk ‘Van Loopplank tot Brug’. Hierin wordt geschetst hoe buurtcentra een betere positie in het hart van de wijk kunnen krijgen. In een later stadium zijn WING en BBOG samen gaan optrekken, waaruit o.a. deze avond voortkomt als een logische stap in een hele reeks.
Er zijn vier knelpunten:
- het subsidiesysteem is niet goed in combinatie met de nieuwe wetgeving (tabak, horeca), waardoor buurtcentra minder zelf kunnen verdienen;
- de spreiding is historisch gegroeid waardoor die niet meer klopt, hiervoor zijn verzorgingsgebieden en basisvoorzieningen bedacht;
- er is een verloop in vrijwilligers;
- bij de activiteitenontwikkeling, -programmering en -sturing is meer betrokkenheid van de gemeente nodig.

Discussies, pauze

Bij elke stelling zijn uitspraken ‘voor’ en ‘tegen’ op flap-overs gezet. Ze worden toegelicht door de discussieleiders.

Uitkomsten uit de discussies:
Stelling 1: Wij hebben in onze accommodatie toch geen sociaal-cultureel werker nodig!
Discussieleider: Jan Alting.
Voor:
- Een sociaal-cultureel werker is niet nodig als hij/zij niet in staat is dingen te vernieuwen.
Tegen:
- De sociaal-cultureel werker zorgt voor vernieuwing, inspiratie, samenwerking. Als dat niet gebeurt kan het doodbloeden. (Dit hangt samen met de uitspraak bij ‘voor’.)
- Deze werker is nodig voor specifieke doelgeroepen, o.a. kinderen en jongeren in probleemsituaties.
- Er moet continuïteit zijn m.b.t. de vrijwilligers, het is al moeilijk die te krijgen.
- Er moet continuïteit zijn t.a.v. stagiaires, die meestal door een professional begeleid moeten worden. Gaat de professional weg, dan ook de stagiaires. Dan moeten de vrijwillgers helemaal alles doen.
De continuïteit heeft ook te maken met de cyclus van veel activiteiten: er is een project waardoor er geen problemen meer zijn; het project is afgelopen; er komen weer problemen; er komt weer een project.

TOP

Stelling 2: De accommodatiebestuurder wordt weer een veredelde, onbetaalde beroepskracht, die goed in staat is om vrijwilligers enthousiast te houden.
Discussieleider: Carina van de Witte.
Dit was een ingewikkelde stelling want wie is de accommodatiebestuurder: een zakelijk leider of het bestuur; ‘weer’ onbetaald: dat was toch al zo. Maar men heeft de stelling als volgt opgevat: als de professionals (beheerders, agogen) worden teruggetrokken moeten vrijwilligers alles weer doen.
Er zaten veel verschillend georganiseerde accommodaties in dit groepje: een Vensterschool, ’t Vinkhuys (buurtcentrum met aparte status), een bestuur zonder agogische ondersteuning.
Voor:
Geen uitspraken.
Tegen:
- Vrijwillige bestuurders hebben geen tijd (want ze hebben hun eigen betaalde werk) en onvoldoende energie om de taken van de beroepskrachten over te nemen.
- Met het vertrek van de professionals gaat veel kennis verloren, dat is kwaliteitsverlies.
- Liever besturen op afstand: het creëren van randvoorwaarden en slechts de grote lijnen in de gaten houden.
In de groep is opgemerkt dat vrijwilligers zeker bij de begeleiding van jongerengroepen ondersteuning nodig hebben. Verder zouden besturen o.a. juridische ondersteuning vanuit de gemeente moeten krijgen.

TOP

Stelling 3: Dat de sociale samenhang in de wijken wordt gebaseerd op vrijwilligers is achterhaald en niet meer van deze tijd.
Discussieleider: Ingrid Koek.
Voor:
- Soms is het moeilijk vrijwilligers te krijgen.
Tegen:
- Vrijwilligers zijn van alle tijden en hebben vaak binding met de wijk.
- Jongeren verantwoordelijkheid geven bindt hen als vrijwilliger.
Nieuwe stellingen:
- Vrijwilligers moeten gekoesterd worden en beloond, hierop moet beleid gemaakt worden door gemeente en accommodatiebesturen.
- Er worden te hoge eisen aan vrijwilligers gesteld, te veel verantwoordelijkheden (wet- en regelgeving), dezelfde als aan professionals. Sommige besturen kunnen dit wel aan, andere niet.
- Vrijwilligers hebben recht op ondersteuning. Een recht: de ondersteuning moet gegeven kunnen worden als het nodig is.

TOP

Stelling 4: De gemeente kan beter zelf de sociaal-culturele accommodaties in de stad beheren, exploiteren en de risico’s dragen. Want: wie betaalt, bepaalt.
Discussieleider: Helmi Verheij.
Neutraal:
- Het maakt niet uit wie beheert, exploiteert en risico’s draagt, als de SCW-accommodaties maar professioneel beheerd worden, niet door vrijwilligers. Voorbeeld: sommige accommodaties, zoals deze Vensterschool (Hoogkerk) brengen een veel te hoge financiële verantwoordelijkheid met zich mee voor vrijwilligers.
Voor:
- Besturen zijn er vooral voor om visie te ontwikkelen, de grote lijnen aan te geven.
- Activiteitencommissies bestaan uit vrijwilligers, zij zijn de ziel van de wijk en moeten meebepalen aan de inhoud.
Tegen:
- De gemeente bepaalt niet welke activiteiten plaatsvinden (bepaalt en betaalt alleen beheer en exploitatie).
- Bewoners en bezoekers maken het buurtcentrum tot eigen huis.
- Er moet maatwerk zijn.

TOP

Stelling 5:De gemeentesubsidie is bestemd voor het verbeteren van de dingen die slecht lopen of voor het bestrijden van overlast, niet voor het ondersteunen van goede activiteiten.
Discussieleider: Coen v.d. Heijde.
Er is eerst gepraat over wat goede activiteiten zijn en wat overlast is.
Voor:
- Slechtlopende activiteiten zijn niet zinvol, die moeten niet gesubsidieerd worden.
- De samenwerking tussen gemeente, instellingen en wijk op wijkniveau, moet geoptimaliseerd worden. Het niet goed functioneren hiervan werkt nu als een blokkade, dit moet dynamischer.
Tegen:
- Overlast bestrijden hoort niet bij SCW.
- De gemeente bepaalt niet de prioriteiten, dat doen wijk en accommodatiebestuur.
- De opzet van activiteiten moet ondersteund worden, als ze goed lopen kan het minder. Er moet wel kritisch naar gekeken blijven worden.
- Voor goede activiteiten moeten eerst voorwaarden geformuleerd worden, wat maatwerk vereist. Goede activiteiten geven een buurtcentrum ook een positieve uitstraling, ze werken als PR.

TOP

Vragen aan raadsleden
Iemand van de bewonersorganisatie Wijert Welzijn vraagt of de raadsleden de Wet op de Maarschappelijke Ondersteuning serieus zullen nemen.
Drewes de Haan van GroenLinks antwoordt dat er bij OCSW een voorlichting is geweest over wat de wet kan inhouden. De WVG, delen van de AWBZ en de Welzijnswet zullen worden samengevoegd. De naam van deze wet is al een keer aangepast, hij moet nog door de Tweede Kamer. De raadsleden weten er nog weinig van, maar het zou kunnen dat de accommodatienota er weer voor moet veranderen.

TOP

Hebben de raadsleden nog nieuwe informatie gekregen?
Hilda Deinum van het CDA heeft veel dingen gehoord die ze herkent, maar ze is zelf ook vrijwilliger. Verschillende accommodaties hebben verschillende werkwijzen en visies. De gemeente moet dus maatwerkbeleid maken.
Rosita van Gijlswijk van de SP vond het opvallend te horen dat het niet uitmaakt wie de SCW-accommodatie beheert en exploiteert. Dan kun je dat dus aan elke marktpartij overlaten. Dat lijkt haar geen goed idee, want: wie betaalt, bepaalt.
Joris van den Wittenboer van D66 zat in de groep met stelling 1: dat de sociaalcultureel werker niet meer nodig is. Ondanks de verschillen tussen de buurtcentra werd deze stelling niet onderschreven: de professionals (beheerders en agogen) moeten er niet weg. Simone v.d. Meulen reageert dat het vervolgens de vraag is hoe dit kan.
Inge Jongman van de ChristenUnie heeft gemerkt dat de werkers er last van hebben dat de besturen zowel over beheer als over activiteiten moeten beslissen. Simone v.d. Meulen concludeert dat het beheer en de activiteiten dus gescheiden moeten worden.

TOP

Adoptieplan
De avond wordt afgesloten met een plan: er is een adoptiebus met daarin van alle raadsleden die over dit onderwerp gaan hun foto en e-mailadres. De andere aanwezigen kunnen een raadslid adopteren en diegene ideeën en argumenten geven. Raadsleden zijn net als buurtcentrabestuurders gewone mensen die wel moeten beslissen maar niet alles vanzelf kunnen weten. Het scheelt misschien ook in de hoeveelheid papier die ze moeten doornemen.
Een overzicht van de raadsleden staat op de BBOG-website.