Aan de raad,
In het voorjaar van 2003 heeft de gemeenteraad het college verzocht een notitie voor te bereiden, zodat de raad de gelegenheid heeft om een discussie te voeren over de toekomst van het welzijnswerk. Het college kwam echter met een accommodatienota, waardoor de discussie vooral is gegaan over de vraag welke accommodatie met sluiting wordt bedreigd en welke een basisvoorziening is en hoogstwaarschijnlijk open mag blijven. Ook is er in de discussie heel veel aandacht geweest voor de eigen verdiencapaciteit van de accommodaties, het beheer, de exploitatie en het onderhoud. Geen onbelangrijke zaken, maar door juist hierover de discussie te voeren is de vraag wat welzijnswerk in de toekomst moet zijn, niet beantwoord. Na verschillende ontwikkelingen – onder meer het uitstellen van een nieuw accommodatiebeleid en het faillissement van Stichting Welzijn In Groningen – heeft de gemeenteraad besloten om zelf het initiatief te nemen in de discussie over de toekomst van het welzijnswerk. Hiervoor heeft de raad op 28 oktober 2004 een discussiebijeenkomst georganiseerd. In die discussie heeft de raad zich vooral gericht op de vraag wat welzijnswerk moet zijn, welke doelgroepen er door het welzijnswerk bereikt dienen te worden, welke prioriteiten er binnen het welzijnswerk benoemd dienen te worden en welke mogelijkheden er zijn om de doelen van het welzijnswerk te bereiken. De vraag hoe het welzijnswerk georganiseerd moet worden is in mindere mate aan de orde geweest. Dat wil niet zeggen dat er tijdens de discussie van 28 oktober jl. geen opmerkingen over gemaakt zijn. De opmerkingen die raadsbreed gedeeld worden, zijn wel in deze notitie opgenomen. De voorliggende notitie is opgebouwd aan de hand van de conclusies die de raad op 28 oktober jl. heeft getrokken en bedoeld als het kader waarbinnen het college een kadernotitie welzijnswerk uitwerkt. Hierbij is van belang dat de positie van het (toekomstige) welzijnswerk in samenhang benaderd moet worden met de toekomstige Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Wat is welzijnswerk? Het welzijnswerk omvat alle voorzieningen en activiteiten voor mensen die gericht zijn op: • participatie in de samenleving Het welzijnswerk speelt zich af op verschillende niveaus: • het stedelijke niveau Activiteiten dienen zich vooral te richten op de terreinen recreatie, educatie en het ondersteunen van individuen en groepen in hun directe leef- en woonomgeving. Het algemene doel van het welzijnswerk is het ontwikkelen en bevorderen
van de sociale samenhang in de Groningse samenleving. De vraag op welke wijze bewoners(organisaties) en accommodatiebesturen betrokken moeten worden bij het bepalen het aanbod van activiteiten dient nader uitgewerkt te worden.
Welzijnswerk is er voor iedereen, met aandacht voor bijzondere groepen, kwetsbare groepen en groepen mensen die zelf niet van zich (kunnen) laten horen, de zgn. ‘stille’ groepen. Een limitatieve opsomming van kwetsbare groepen in deze notitie gaat te ver. De groepen waarvoor extra aandacht nodig is bestaan binnen de categorieën jongeren, ouderen, allochtonen, alleenstaande ouders etc. In de uitwerking van deze notitie zullen mogelijke keuzes inzichtelijk moeten worden gemaakt.
De raad benoemt naast de doelen van het welzijnswerk de volgende
prioriteiten: Het welzijnswerk moet algemeen toegankelijk zijn. De vraag van de bewoners is van invloed op de wijze van gebruik van de accommodaties voor bepaalde activiteiten. Het beheer dient professioneel geregeld te worden evenals de ondersteuning voor vrijwilligers. Dit betekent niet dat de raad van mening is dat vrijwilligers hun rol niet goed vervullen, maar wel dat zij een steun in de rug nodig hebben voor allerhande zaken: van organisatorische aspecten (denk aan beheer) tot aan agogische ondersteuning. Vraaggericht werken is niet altijd voldoende; ook de gemeente
heeft ambities, signaleert knelpunten en problemen in wijken en
buurten. Daarom moet er bij de organisatie van het welzijnswerk
voor de gemeente de ruimte blijven om daar op in te spelen, ook
als de vraag van bewoners er niet is of een accommodatiebestuur
niet bij voorbaat enthousiast is om mee te werken. Om de gestelde doelen te kunnen behalen staan de gemeente vele mogelijkheden ter beschikking. In de discussie op 28 oktober jl. zijn in ieder geval genoemd: * de bijdrage van vrijwilligers * financiering van activiteiten door de gemeente * de gemeente biedt accommodaties aan, eventueel inclusief een
werkbudget voor de financiering van de activiteiten. De programmering van verschillende activiteiten in accommodaties is van belang. Hierover moet overleg zijn tussen accommodatiebesturen, betrokken instellingen, gemeente en bewoners (organisaties). Het moet duidelijk zijn wie in welke rol en met welke bevoegdheden opereert. * samenhang met tussen verschillende professionals. Niet onbelangrijk zijn de mogelijkheden die professionele instellingen op het vlak van het welzijnswerk te bieden heeft. Denk aan de professionele welzijnswerkers, hun deskundigheid en netwerken. * gebruik maken van de ambtelijke capaciteit binnen de gemeentelijke
organisatie * externe geldstromen * deel van de budgetruimte flexibel inzetten De raad wil zich niet met de directe uitvoering van het welzijnswerk bemoeien, maar, op basis van beleidsprioriteiten keuzes op hoofdlijnen maken. Dat wil niet zeggen dat de raad geen inzicht wil hebben in hoeverre de uitgevoerde activiteiten bijdragen aan het realiseren van de door de raad vastgestelde doelen. Er is bij de raad behoefte aan meetbare doelen en inzicht in de resultaten van activiteiten. De raad erkent dat niet alle welzijnsactiviteiten zich lenen om op korte termijn resultaten zichtbaar te maken, maar het is duidelijk dat bij het inhoudelijk verantwoorden van de activiteiten er een plausibel verhaal moet zijn dat een project of activiteit bijdraagt aan het gestelde doel. Het is gewenst dat er een koppeling gemaakt wordt met de diverse
programma’s uit de gemeentelijke begroting. De raad wenst één
keer per jaar in de vorm van een rapportage inzicht te krijgen
in de relatie tussen de gestelde doelen en de activiteiten en de
voortgang. Op dit moment gaat de voorkeur van de raad uit naar
behandeling van de rapportage Welzijn bij het Voorjaarsdebat, mede
om bijsturing van de begroting mogelijk te maken.
Wij stellen u voor te besluiten: I. de kaderstellende notitie welzijnswerk vast te stellen
|