ONDERWERPEN NIEUWSBRIEF

Debat

Plaats: vensterschool Hoogkerk
donderdagavond 22 april
Aanvang: 19.45 uur

Buurtcentra Besturen Overleg Groningen

&
Stichting WING

Groningen, 2 april 2004.

UITNODIGING!

De wethouder maakt op dit moment een ronde langs alle sociaal-culturele accommodaties ter voorbereiding op het debat in de raad over de sociaal-culturele voorzieningen in juni. Stichting WING en BBOG vinden het een mooi idee om deze ronde langs de stad af te sluiten met een breed debat over welzijn in de stad.


Het debat onder de naam

“Wat is welzijn waard?”

zal plaatsvinden op

donderdagavond 22 april in de Vensterschool locatie gelegen aan de Zuiderweg 70 in Hoogkerk


De bestuurders en medewerkers van sociaal-culturele voorzieningen gaan op deze avond met elkaar in debat. Ook politici zijn voor deze avond nadrukkelijk uitgenodigd. Het onderwerp is de moeite waard.

Het debat begint om 20.00 uur. Toegang is gratis en iedereen die zich betrokken voelt bij het sociaal-cultureel werk is welkom. In het bijzonder zijn ook de vrijwilligers uitgenodigd.

Ook u nodigen wij uit om naar het debat te komen, te luisteren naar elkaars ervaringen en op basis daarvan uw mening te vormen over hoe het welzijnswerk in Groningen er in de toekomst uit zou moeten zien.

Pamflet


opgesteld door WING en BBOG
als bijdrage aan de discussie over het sociaal-cultureel werk

Stichting WING en BBOG willen met dit pamflet een bijdrage leveren aan de discussie over wel-zijn die op dit moment binnen en buiten de raadszaal plaatsvindt.


De gemeentelijke notitie
De discussie concentreert zich op de notitie sociaal-culturele accommodaties, die in februari 2004 in de raadscommissie Zorg en Beheer is besproken. Na verscheidene visiedocumenten is dit de eer-ste concrete uitwerking van een nieuwe visie op welzijn:

“Uitgangspunt is dat in elk verzorgingsgebied van gemiddeld 14.000 inwoners een sociaal-culturele basisvoorziening aanwezig moet zijn. […] Een basisaccommodatie is algemeen toegankelijk voor alle inwoners van de wijk en bij voorkeur onderdeel van een Vensterschool dan wel van een multifunctionele voorziening. Nieuw is dat de huisvestingslasten van de accommodatie grotendeels voor rekening van de gemeente komen.”

WING en BBOG zien dit uitgangspunt als een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling
van het gemeentelijk welzijnsbeleid. Immers, het recht op een basisvoorziening wordt hiermee voor langere tijd vastgelegd. De voorwaarden in de zin van middelen en personeel worden boven-dien sterk verbeterd.

Naast positieve willen BBOG en WING echter ook een aantal kritische geluiden laten horen.


Samenvatting

1. Wij maken ons grote zorgen over de verantwoordelijkheid die het college op de schouders van vrijwilligers legt, het verdwijnen van stagiaires en professionals uit de sociaal-culturele ba-sisaccommodaties en de gevolgen die dit zal hebben voor het aanbod van activiteiten in deze wijken.
2. Daarnaast willen wij aandacht vragen voor de steeds zwaardere doelgroepen die de gemeente toewijst aan het sociaal-cultureel werk. Graag zouden wij zien dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen welzijn en zorg.
3. Tot slot zijn we er niet gerust op dat besturen in staat zullen zijn om voldoende geld bij elkaar te krijgen om alle soorten activiteiten in de basisaccommodaties te blijven financieren.


1. Vrijwilligers onder druk
Het college stelt het werk van de vrijwilliger in de basisvoorziening centraal. Op zich hebben wij daar geen moeite mee. Het college kiest er echter tevens voor om alleen nog middelen voor profes-sionele begeleiding in te zetten in wijken waar sprake is van problemen. Dat betekent dat in de ba-sisvoorzieningen vrijwilligers alles zelf moeten doen. Een zware verantwoordelijkheid.

In multifunctionele centra werken doorgaans vele vrijwilligers. Zij zijn uit alle lagen van de bevol-king afkomstig en vaak reeds vele jaren actief. Een dergelijk aanbod van vrijwilligers is echter niet meer vanzelfsprekend. Nieuwe en jonge vrijwilligers zullen moeten worden aangetrokken om het sociaal-cultureel werk levend te houden. De vraag is of de huidige vrijwilligers daar altijd toe in staat zijn. Des te meer omdat de vrijwilligers van tegenwoordig een andere opvatting hebben over hoeveel tijd ze aan het vrijwilligerswerk willen besteden. Coördinatie om de continuïteit van activi-teiten te garanderen is noodzakelijk.

Een sociaal-cultureel werker is als geen ander in staat –en daar ook specifiek voor opgeleid- om de kwaliteiten en capaciteiten van elke vrijwilliger in te schatten. De sociaal-cultureel werker is ook in staat om de vrijwilliger zo te begeleiden dat zijn of haar inzet zowel ten goede komt aan de doelstellingen van de vrijwilliger zelf als aan die van de accommodatie. Het gaat er immers om dat beide belangen worden gediend en dat vereist een professionele aanpak. Om vrijwilligers enthousiast te houden voor het sociaal-cultureel werk en ook nieuwe vrijwilligers aan te trekken is de inzet van professionele ondersteuning essentieel. De verschillende instrumenten die worden ontwikkeld door de Vrijwilligersvacaturebank van Stiel vormen hierop een belangrijke aanvulling, geen vervanging.

Naast vrijwilligers spelen ook stagiaires van opleidingen als SPH (Hbo) en SPW (Mbo) een be-langrijke rol in het sociaal-cultureel werk. Zij zijn de semi-professionals die het mogelijk maken voor buurthuizen om, naast ontmoeting en recreatie ook activiteiten op te zetten op het gebied van vorming, cultuur en educatie. Voorwaarde voor de opleiding om sociaal-culturele accommodaties te erkennen als stageplaats is de aanwezigheid van professionele begeleiding. Met het verdwijnen van stagiaires uit de basisvoorziening nemen de verantwoordelijkheid en de werklast voor vrijwil-ligers opnieuw toe.

*Professionele begeleiding van vrijwilligers en stagiaires is nodig om de continuïteit van activiteiten te kunnen garanderen.


2. Welzijn of zorg?
Het college wil alleen middelen inzetten om problemen in bepaalde wijken aan te pakken en over-last te bestrijden. Hier dreigt een historische breuk met het wezen van het sociaal-cultureel werk. Naast een ontmoetingsfunctie heeft dit immers ook een belangrijke signalerende en preventieve taak. Doel is om middels activiteiten bij te dragen een het ontplooien en emanciperen van kinderen, tieners, jongeren, volwassenen en ouderen. De mens staat in deze opvatting centraal en niet het probleem van de wijk. WING en BBOG maken zich zorgen dat door het verdwijnen van de soci-aal-cultureel werker uit de basisvoorziening de signalerende functie verloren gaat.

Aan de andere kant van het spectrum, niet in de basis- maar in de toekomstige plusaccommodaties, speelt een heel ander probleem.

“In wijken/buurten waar sprake is van een concentratie van problemen of achterstandssituaties willen wij door middel van extra inzet de betreffende problematiek verminderen. Dit noemen wij de plusactiviteiten. […] Plusactiviteiten worden bij voorkeur ondergebracht in de basisvoorziening maar worden professioneel ondersteund.”

Daarnaast kan het ook nog voorkomen dat plusactiviteiten niet verenigbaar zijn met andere activi-teiten en dus niet in de basisvoorziening kunnen plaatsvinden. Voor WING en BBOG is het de vraag of deze laatste groep wel valt binnen de kaders van het sociaal-cultureel werk c.q. welzijn. Opvang en individuele begeleiding staan hierbij centraal en niet het ontplooien van activiteiten. Deze groep hoort vanwege de zwaarte thuis in de portefeuilles van wethouder Paas (zorg en maat-schappelijke opvang) en burgemeester Wallage (repressie).

* Met het verdwijnen van de sociaal-cultureel werker uit de basisvoorziening dreigt de sig-nalerende functie van het welzijn verloren te gaan.
* Het sociaal-cultureel werk is niet toegerust op opvang en begeleiding van doelgroepen met ernstige problemen.


3. Geld voor basisactiviteiten

“Met name activiteiten gericht op ontmoeting en recreatie zijn goedkoop. Andere activiteiten zoals culturele activiteiten, cursussen, zullen meer kosten. Deze kunnen bijvoorbeeld gefinan-cierd worden uit een deelnemersbijdrage of andere inkomsten.” (p.2, Nota sociaal-culturele ac-commodaties, februari 2004)

Met de komst van het verbod op roken in openbare ruimtes zijn de mogelijkheden om zelf geld binnen te halen door zaalverhuur er ernstig op achteruit gegaan. Het Bedrijvenloket heeft boven-dien laten weten dat vanaf januari 2005 intensief zal worden gecontroleerd of sociaal-culturele cen-tra zich wel aan de Horecawet houden. Dit betekent dat semi-commerciële activiteiten die geen di-recte link hebben met de wijk niet meer zijn toegestaan. Hier zou namelijk sprake zijn van concur-rentievervalsing met commerciële horeca. Bij wijze van uitzondering hierop zijn alleen zeer uit-zonderlijke activiteiten mogelijk zoals bijvoorbeeld het feestelijk afscheid nemen van een bestuurs-lid van de accommodatie. Deze aanscherping van de wetshandhaving betekent opnieuw een terug-gang in inkomsten.

Naast inkomsten uit de verkoop van consumpties verwerven sociaal-culturele accommodaties geld via donaties en giften, subsidies voor incidentele projecten uit fondsen (Oranjefonds, Jantje Beton), en sponsoring. Het ene bestuur is hier beter in dan het andere maar het gaat in alle gevallen om in-cidentele inkomsten die eigenlijk bedoeld zijn voor de “extraatjes”, zoals een kindervakantiekamp.

Dat betekent dat we voor de organisatie van sociaal-culturele basisactiviteiten op het gebied van cultuur, vorming en educatie afhankelijk zijn van afnemende inkomsten uit de bar en deelnemers-bijdragen. Wij kunnen en willen deelnemersbijdragen niet drastisch verhogen. Dit zou ten koste gaan van de laagdrempeligheid van de sociaal-culturele voorziening. Voor mensen met een mini-muminkomen kan een euro meer voor een activiteit of vijftig eurocent meer voor een kop koffie net het verschil betekenen tussen wel of niet de deur uit gaan.

Wing en BBOG menen dan ook:

* Structurele sociaal-culturele activiteiten op het gebied van cultuur, vorming en edu-catie verdienen structurele financiering: de echte plus in onze stedelijke samenleving is het vormgeven van basisactiviteiten!


BBOG&WING, Groningen 2 april 2004.